Grootschalig Zweeds onderzoek wijst uit dat prenatale zwangerschapscursussen of 'puflessen' geen zin hebben. Mama's in spe die speciale ademhalings- en ontspanningstechnieken aanleerden, vroegen even vaak om een ruggeprik, ondergingen even vaak een keizersnede en hadden achteraf dezelfde gevoelens over de bevalling dan wie niet op puf-hijg-en-zucht-cursus ging. «En toch blijven die lessen zeker psychologisch zinvol», vindt professor gynaecologie Marleen Temmerman (bron: Het Laatste Nieuws, 12 juni 2009).
Onderzoekers van het Zweedse Karolinska Instituut volgden 1.087 vrouwen, zwanger van hun eerste kind. De ene helft ging op praktische pufles, met yoga, kine of ademhalingsoefeningen. De andere helft hield het bij een louter theoretische cursus over bevallen. De wetenschappers vermoedden dat de eerste groep vlotter zou bevallen, maar dat bleek niet te kloppen. De vrouwen die leerden hoe ze zich moeten ontspannen en hun ademhaling reguleren, hadden exact hetzelfde bevallingsverloop als de controlegroep.
Overweldigend
Het echte werk bleek zo overweldigend dat de vrouwen al wat ze leerden gewoon 'vergaten'. Overrompeld door de intensiteit en hevigheid van de weeën, moesten ze opnieuw instructies krijgen in het heetst van de strijd. Nog een vaststelling: ook het aantal postnatale depressies bleek in beide groepen gelijk. «Bevallen is zo'n natuurlijk proces, dat je er misschien gewoon niet voor kán oefenen», concludeert onderzoeksleidster Malin Bergström in de International Journal of Obstetrics and Gynaecology. Je in groep voorbereiden met andere moeders en vaders is misschien leuk, maar de bevalling zal er niet makkelijker, sneller of pijnlozer door verlopen. Maar wat doe je -als bolle buik- met deze informatie? Niet meer op cursus gaan?
Voordelen
In Vlaanderen volgt de grote meerderheid van de vrouwen die voor het eerst bevallen de puflessen. De ziekteverzekering betaalt negen van die zogenaamde 'perinatale kine-oefeningen' terug. Die mogen de vrouwen zelf spreiden voor of na de bevalling. «Wij raden vooraf drie lessen aan, zeker bij een eerste zwangerschap», legt gynaecologe Marleen Temmerman uit. «Met de andere zes lessen kunnen ze na de bevalling hun buikspieren versterken.» De studie verwondert Temmerman niet. «Enkel het exact meetbare is onderzocht, zoals de duur van de arbeid, het geboortegewicht, al dan niet knippen of epiduraal verdoven. Maar er zijn wel psychologische voordelen, die veel moeilijker meetbaar zijn.»
Temmerman somt ze een voor een op. «Vrouwen die ervoor open staan, voelen zich door zo'n oefeningen vaak beter voorbereid. Ze hebben meer zelfvertrouwen, een gevoel van controle. Dat tempert de angst. Je kan er ook je ervaringen delen met andere vrouwen. Aan de lesgever -een kinesist, een vroedvrouw, kortom een professional- kan je allerlei vragen stellen waarvoor je niet meteen naar de dokter holt. Bovendien gaat de partner vaak mee, om het ademritme te oefenen. Mannen voelen zich tijdens de bevalling vaak hulpeloos en overbodig, maar dankzij die cursussen voelen ze zich meer betrokken. Er zijn dus wel voordelen, maar van subjectieve aard. Ik vermoed ook dat vrouwen die voor de bevalling leren hun buikspieren en de bekkenbodemspieren te trainen, dat thuis meer blijven doen en achteraf sneller herstellen. Al kan ik dat niet bewijzen. Ik hoop dat vrouwen door dit Zweeds onderzoek nu niet massaal gaan redeneren 'het is flauwekul, ik ga niet'. Of erger nog, dat beleidsmakers er minder geld voor uittrekken.»
Bron: Katrien De Meyer in Het Laatste Nieuws van 12 juni 2009.
http://www.gezondheidsplein.nl/oordeelmee/59/Zwangerschapsyoga.html
|