|
Een Frans ouderpaar krijgt waarschijnlijk een schadevergoeding van 500.000 euro omdat hun baby tijdens de geboorte zwaar gehandicapt raakte. De artsen hadden het kind te lang gereanimeerd. Gynaecologe en sp.a-senator Marleen Temmerman geeft op de radio in ‘De Ochtend' (VRT) commentaar bij het dramatisch voorval. Een ethisch debat over therapeutische hardnekkigheid is aangewezen, maar teveel regeltjes opstellen over wat een arts mag en niet mag vindt Temmerman geen goed idee. Klik verder onder de foto om er meer over te lezen. Herbeluister het programma hier.
In Frankrijk raden gynaecologen af om pasgeborenen langer dan 20 minuten te reanimeren als er verwikkelingen zijn bij de (premature) geboorte. In Nederland stopt men na 15 minuten. Senator Marleen Temmerman is diensthoofd verloskunde aan het UZGent. Zij geeft toelichting bij deze moeilijke momenten tussen leven en dood: "Een arts moet levens redden. De voorbije decennia zien we wel een tendens naar minder therapeutische hardnekkigheid, bij het einde, maar ook bij het begin van het leven. De helft van de prematuur geboren kinderen jonger dan 26 weken overlijdt. Van de overlevende helft krijgt 60% problemen (ernstige handicap, neurologische afwijkingen, blindheid...). Soms moet een arts abstineren, dat is letterlijk ‘niet verder behandelen', wat een moeilijke beslissing is."
Temmerman legt uit dat er zich ook tijdens de zwangerschap ethische dilemma's kunnen voordoen: "Abortus is wettelijk toegelaten tot 3 maand, maar stel dat pas na die periode een ernstige afwijking aan het licht komt en de ouders vragen een zwangerschapsonderbreking aan. De beslissing kan worden overwogen door de arts. Maar wát heet een ernstige handicap? Als bijvoorbeeld na 6 maand zwangerschap ontdekt wordt dat het kind maar één arm heeft, dan is dat een ernstige handicap die toch met het leven verenigbaar is. Uitzonderlijk worden we geconfronteerd met een zwart-wit situatie. Als bijvoorbeeld een ongeboren kind een hazenlip blijkt te hebben, dan gaat iedereen neen zeggen tegen abortus. Als daarentegen uit een prenatale diagnose blijkt dat het kind geen schedeldak heeft (anencefalie), dan is abortus wel de optie die door iedereen aanvaard wordt. Kinderen met anencefalie zijn niet levensvatbaar, ze sterven meestal tijdens of enkele uren na de geboorte. De realiteit ligt echter meestal ergens tussenin beide voornoemde voorbeelden. Er zijn duizenden afwijkingen beschreven mogelijk en de graad van handicap is niet altijd voor de geboorte in te schatten."
Wordt de beslissing over leven of dood dan in alle eenzaamheid genomen door dokters? Spelen ze dan niet voor god?
Marleen Temmerman: In het UZGent kan je -net als in de meeste andere Belgische ziekenhuizen- als arts een vraag tot abortus van de ouders voorleggen aan een ethische commissie waarin o.a. artsen, een jurist, verpleegkundigen... zetelen. Deze ethische commissie komt eenmaal per maand bijeen. Voor acute gevallen is er een kleinere subgroep bestaande uit vier artsen die voor een spoedadvies kunnen zorgen binnen de 24 u. Hun advies is niet bindend, doch wel richtinggevend. Een arts kan dan nog, in samenspraak met de ouders, beslissen dat advies niet te volgen. Daar is echter wel een goede reden voor nodig, want de arts plaatst zich sowieso buiten het wettelijk kader. De procedure wordt toch beter ondersteund een ruimer draagvlak. Het gaat over beslissingen over leven of dood genomen door dokters en je zou daarom kunnen stellen dat hieromtrent een bredere maatschappelijk discussie nodig is. Hoe ver moet je daarin gaan en hoeveel mensen moet je daarin betrekken, gezien de bovenstaande diversiteit aan casussen? Zeer concrete richtlijnen en lijsten met ernstige handicaps opstellen vind ik niet evident."
Marleen Temmerman is niet zinnens om nieuwe striktere wettelijke bepalingen uit te werken. Ze vindt dat het systeem zoals het nu in de meeste ziekenhuizen werkt goed functioneert.
"Dat mag ons er niet van weerhouden om steeds opnieuw het biomedisch-ethische debat aan te gaan. Dat zal sowieso bij elke gemediatiseerde zaak opnieuw losbarsten, zoals nu met die Franse ouders en hun gehandicapte baby en vorig jaar toen een ouderpaar met een Down-syndroom-foetus om een abortus vroeg, maar dat niet kregen. Die vraag moet wel ernstig genomen worden door de behandelende arts, en als die dat niet wil/kan, dan moet er doorverwezen worden", aldus Temmerman.
Herbeluister het programma 'De Ochtend' hier.
|