|
Het aantal tweelingen in ons land gaat, na een korte terugval, opnieuw in
stijgende lijn. Die toename is niet alleen te danken aan kunstmatige
bevruchting. Ook de leeftijd van de moeder speelt een rol. Net als haar gewicht
en genen.
Bevielen in 2005 nog 17 op de 1.000 vrouwen van een tweeling, dan lag dat
aantal vorig jaar al op bijna 19 per 1.000, 18,7 om precies te zijn. Blikken we
tien jaar terug, dan komen we van een cijfer van slechts 14 op de 1.000
vrouwen. Een opvallende stijging dus, ook al zorgde een wet van toenmalig
minister Frank Vandenbroucke (sp.a) tussen 2003 en 2005 voor een knik. Die
daling volgde op een hoogtepunt in 2002, toen bijna 20 op de 1.000 vrouwen een
tweeling ter wereld bracht. Een tweelingenepidemie, volgens gynaecologen.
"Die wet over ivf-terugbetaling kwam er dan ook op vraag van de medische
wereld zelf", zegt Guy Martens van het Studiecentrum voor Perinatale
Epidemiologie. "Vandenbroucke zorgde ervoor dat een proefbuisbevruchting
volledig werd terugbetaald als er slechts één embryo werd teruggeplaatst in de
baarmoeder, in plaats van er twee tegelijk in te planten." De maatregel
moest er ook toe leiden dat er minder meerlingen verwekt werden. Want terwijl
de kans op een tweeling bij een natuurlijke bevruchting 1 op de 80 is, ligt dat
bij ivf op 1 op de 4. "Zwangerschappen van een meerling zijn ook
risicovol", zegt gynaecologe Marleen Temmerman, verbonden aan het UZ Gent.
"De baby's worden vaak te vroeg geboren, met alle complicaties van dien.
Ook het risico op een doodgeboren kindje ligt hoger. Velen hebben enkel een
romantisch beeld van tweelingen. Maar een dubbele geboorte betekent niet altijd
dubbel geluk." De piek van 2002 blijft nog buiten bereik, maar sinds 2005
zit het aantal tweelingen wel weer in de lift. Het gaat dan vooral over de
twee-eiige tweelingen, de eeneiige of identieke paren blijven stabiel.
"Ruw geschat is 80 procent van de tweelingen twee-eiig", weet Temmerman.
Dat die paren in aantal toenemen is onder meer toe te schrijven aan
ivf-behandelingen en ovulatie-inductie, een therapie waarbij de vrouw hormonen
inneemt om haar cyclus te verbeteren. "Door dat follikelstimulerend
hormoon rijpen er tijdens één cyclus verschillende eicellen. Je hebt dus
meerdere eitjes per eisprong, wat de kans op een tweeling vergroot." Maar
ook andere factoren spelen een rol in het groeiende aantal tweelingen. Eerst en
vooral de leeftijd van de moeder. Wie meer jaren op haar teller heeft staan,
ziet de kans op een tweeling vergroten, zo blijkt uit wetenschappelijk
onderzoek. "Als je ouder bent dan 35 jaar begint je vruchtbaarheid af te
nemen", vertelt Temmerman. "Maar als je toch zwanger raakt, dan is de
kans op een tweeling wel groter. Dat heeft alles te maken met een verstoorde
hormonenhuishouding. Op latere leeftijd wordt de cyclus van de vrouw minder
regelmatig, hij wijkt al eens af van de normale tijdspanne van 28 dagen. Ook
kunnen er tijdens één cyclus verschillende eicellen rijpen en vrijkomen, wat
ook hier de kans op een tweeling doet toenemen." Hetzelfde principe geldt
voor zwaarlijvige vrouwen. Al in de jaren zestig, nog voor er sprake was van
kunstmatige bevruchting, wees een studie uit dat vrouwen met een hoge Body Mass
Index (BMI) meer kans hadden op een dubbele geboorte. Met het huidige probleem
van obesitas is het niet ondenkbaar dat ook zwaarlijvigheid bijdraagt tot een
stijging van het aantal tweelingen. "Dat is een piste die nog verder
onderzocht moet worden", stelt Temmerman. "Maar de link met
tweelingen is niet onzinnig. Ook bij obese vrouwen speelt een verstoorde
hormonale huishouding een rol. Net als oudere moeders hebben zij een minder
regelmatige cyclus en kunnen er tegelijk meerdere eitjes vrijkomen." Bij
de eeneiige koppels zijn vooral de genen van tel. Zo heeft de zus van een
tweelingmoeder meer kans op een dubbele geboorte dan een doorsneevrouw. Bij ons
blijft het aantal identieke tweelingen stabiel en uitzonderlijk. In sommige
Afrikaanse landen is dat wel even anders. In het Nigeriaanse dorp Igbo-Ora,
bijvoorbeeld, dat bekendstaat als de 'hoofdstad der tweelingen'. Daar moet je
zoeken om iemand te vinden die geen deel uitmaakt van een tweeling. "Het
moet genetisch zijn, er is niet meteen een andere verklaring", zegt Temmerman.
"Gelukkig staan ze daar positief tegenover meerlingen. Ze zien het als een
geschenk van God."
Bron: Eline Delrue, De Morgen, 30 december 2011
|