|
 Vorige week ging in Gent het OpenAIRE-platform van start. Marleen Temmerman zou op 1 december speechen op de lancering van dit ambitieus project op het Gentse stadhuis. De Gentse Universiteitsbibliotheek is namelijk partner van dit digitaal uitwisselingsforum waarop wetenschappelijk onderzoek gratis beschikbaar wordt. Marleen vertrok ruim op tijd van het UZGent richting stadhuis Gent, maar ze kwam terecht in een uren durende verkeersopstopping in de buurt van het Citadelpark. Het stadhuis heeft ze niet meer gehaald... Lees haar column ter zake op site van De Gentenaar (11/12/2010) en bekijk het Youtube-filmpje hiernaast.
Het Europese platform OpenAIRE is een fascinerend en ambitieus project dat wetenschappelijk onderzoek en datagevens online gratis en efficiënt beschikbaar wil stellen. Het doel is nobel en heiligt de middelen: onderzoeksresultaten moeten vrijer beschikbaar zijn zodat ze meer gaan wegen op beleid, maatschappij én voortgezet wetenschappelijk onderzoek. Ik ben zelf fervent voorstander van het ‘uitzaaien' van wetenschappelijke kennis, zeker via internet waar betrouwbare informatie niet altijd evident is.
OpenAIRE is een letterwoord dat staat voor ‘Open Access Infrastructure for Research in Europe'. Coördinator van OpenAIRE is Prof. Michael Chatzopoulos van de Universiteit van Athene. Hij kreeg niet minder dan 38 partners uit 27 Europese landen op één lijn. De Gentse Universiteitsbibliotheek is een van die enthousiaste partners. Wetenschappers uit 7 wetenschappelijke domeinen verbinden er zich toe hun onderzoeksresultaten vrijelijk toegankelijk te maken. Het gaat concreet over onderzoek op het vlak van: gezondheid, energie, milieu, informatie - en communicatietechnologie, onderzoeksinfrastructuur en sociaal-economische , humane - en toegepaste wetenschappen. OpenAIRE zal de gegevens aan elkaar linken en logische verbanden leggen.
De auteurs die hun onderzoeksresultaten via Open Acces vrijgeven, vermelden in hun copyright-mededeling: "This is an open-access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License, which permits unrestricted use, distribution, and reproduction in any medium, provide the original author and source are credited". Met andere woorden: gratis gebruik, mits vermelding van auteur en bron.
In een filmpje op de site van OpenAIRE getuigt de jonge Nederlandse onderzoeker Appy Sluijs van de Universiteit Utrecht over het gratis beschikbaar stellen van zijn onderzoek over het nut van uitwerpselen van dinosauriërs bij de studie van klimaatwijzigingen in het verleden én in de toekomst. Ik kan niet wachten om zijn onderzoek over prehistorische dinokeutels gratis in te kijken. Sluijs stelt dat onderzoekers hun resultaten zélf moeten aanbieden, zonder dat ze daartoe gedwongen moeten worden. "Het is de enige manier om te komen tot transparantie en hergebruik van wetenschappelijk onderzoek", aldus Sluijs die ook benadrukt dat Open Access-gegevens vaak een lokale relevantie hebben.
Wie wetenschappelijk onderzoek verricht, wil dat er na de ‘input' ook een ‘output' komt.
Elke wetenschapper streeft ernaar zijn of haar onderzoekresultaten te presenteren en te publiceren. ‘Disseminatie ‘heet dat in moeilijk wetenschappelijk Nederlands... De wetenschappelijke ‘output' stopt vaak met de publicatie en de resultaten verdwijnen in een schuif of achter een betalende website van een instituut of een vakblad. Wie de wetenschappelijke bevindingen wil inzien moet de sleutel van de schuif hebben of een stevige kredietkaart... Dat is zonde van het wetenschappelijk werk!
Digitale tolhuisjes
De doorsnee doctoraatsstudent, de wetenschapper, de politicus met tijdsnood, de gewone man en vrouw met internettoegang... ze kunnen niet automatisch aan wetenschappelijke data en studies. Abonnementen, inloggegevens zijn nodig...
Overheden betalen het meeste wetenschappelijk onderzoek en om dat terug in te zien moeten vorsende gebruikers indirect door overheden betaalde universiteitsabonnementen gebruiken. Op een moment dat de informatisering van kennis en toegang tot internet een massale mondiale en sociologische doorbraak kent, duiken er overal opnieuw digitale tolhuisjes op. Het zal bloed, zweet, centen en vooral daadkracht kosten om die weer allemaal te ontmantelen.
OpenAIRE is een prachtig initiatief dat gesloten digitale deuren en schuiven opent. Het levert een uniek netwerk aan wetenschappers en een portaalwebsite met online tools. Een volgende stap kan misschien zijn om een subsidieregeling uit te werken zodat ook belangrijke commerciële onlinedatabanken in het OpenAIRE-ysteem worden gebracht: in ons taalgebied is dat bijvoorbeeld Elsevier, maar waarom ook niet The Lancet of The Britisch Medical Journal etc... Een kostendekkende subsidie kan ervoor zorgen dat de uitgevers hun artikels gratis online zetten. De inhoudelijke voordelen voor de wetenschappers en de lezers zijn onmiskenbaar. Tenslotte moet het ook eenvoudig zijn om de databases van wetenschappelijke overheidsinstellingen onder de vleugels van OpenAIRE onder te brengen.
Als wetenschappelijk auteurs hun bevindingen eerst gaan aanbieden aan Open Access-initiatieven als OpenAIRE, dan zullen de grote wetenschappelijke uitgeverijen op den duur wel automatisch aan boord gaan... Ik doe hier alvast een eerste oproep aan collega-onderzoekers om in dezen het goede voorbeeld te geven.
Hét heikel punt bij Open Acces-initiatieven is geld, zoals zo vaak in het leven. Snijden wetenschappers niet in eigen vel als ze hun onderzoeksresultaten vrijelijk beschikbaar stellen? Als we wetenschappelijk onderzoek inschrijven in een louter economische logica, dan kan het daar inderdaad op uitdraaien. Wetenschappelijk onderzoek gedijt het best in landen met bloeiende economieën. Als die economieën floreren onder democratische regimes, dan is dat een mooie bonus. Het bedrijfsleven, het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek vinden elkaar dan als gelijkwaardige partners. Overheidssteun voor wetenschappelijk onderzoek blijft essentieel om de onafhankelijkheid en de kwaliteit te garanderen. Het economisch nut van onderzoek is niet altijd immanent en evident. Vanuit de medisch-wetenschappelijke wereld kan ik daarvoor genoeg voorbeelden aanhalen. Onderzoek naar zeldzame kankers bijvoorbeeld.
Creatief met geld
Wat als de economie sputtert? Straalt dat af op de wetenschap? Belgische, Vlaamse, Waalse, Brusselse én Gentse wetenschappers zijn altijd al creatief geweest met geld. Jarenlang balanceerde ook bij ons de wetenschappelijk gild op het randje van de ‘brain drain'. De overheden hebben de voorbije tien gelukkig de klik gemaakt; ze investeren terug in wetenschappelijk onderzoek omdat het maatschappelijk belang zonneklaar is. Bij elke economische, financiële en (zoals nu ook) politieke crisis komen de budgetten voor wetenschappen echter steevast opnieuw in het vizier.
Zorgwekkend: landen die in financieel zwaar weer terechtkomen zien hun jonge en beloftevolle wetenschappers vertrekken. Die ervaring hebben we al decennialang in landen in het Zuiden en in Oost-Europa. Hoog opgeleid medisch personeel en wetenschappers uit Afrika en Oost-Europa migreren massaal naar het Westen. In het nieuws van de voorbije maanden en dagen zien we nu ook getuigenissen uit West-Europese landen als Ierland, Italië en Portugal. Wetenschappers, maar ook pakweg bouwvakkers, krijgen geen kansen meer en wijken uit. Het zijn vaak de meest ondernemende en jonge mensen die hun geluk elders gaan beproeven. Het is een beetje een ongelukkige en morbide vergelijking, maar emigrerende wetenschappers doen me een beetje denken aan de kanariepietjes die mee gingen in de mijnen om naderende rampen te detecteren...
Een versoepeling van de mobiliteit binnen onderwijs en onderzoek zien wij vaak als een bonus. Dat is zeker zo voor onderzoekers van elders die naar de UGent komen, en ook Gentse onderzoekers zwerven veelvuldig de wereld rond. Maar wat als de kennis samen met de persoon niet meer terugkomt naar het land van emigratie? Is er dan winst op wetenschappelijk en maatschappelijk vlak? Daar valt over na te denken. Kan vrije toegang tot onderzoeksresultaten wetenschappers meer geëngageerd én gehecht aan eigen streek maken? Dat kennis vrijer en zo mogelijk gratis ter beschikking komt via projecten als OpenAIRE, kan daar misschien bij helpen. Wetenschappelijke kennis kan trouwens ook via de publieke sites van universiteiten en wetenschappelijke bibliotheken, en waarom ook niet via initiatieven als Wikipedia en Wikiversity?
Er is tenslotte ook de problematiek van auteursrechten die vaak op nationaal niveau geregeld zijn. Daarom denk ik dat het belangrijk is dat zeker ook de humane wetenschappen weerhouden zijn in het OpenAIRE-project, zodat meer gegevens uit private- en publieke archieven, manuscripten en collecties beschikbaar worden. Ook de mogelijkheden op het vlak van biomedische wetenschap zijn van onschatbare waarde.
Wetenschappers weg uit de ivoren toren
De initiatiefnemers van OpenAIRE hebben op het vlak van financiering en auteursrechten immens veel werk verricht binnen de complexe Europese ruimte. Het Europese Open Acces-platform dat in Gent werd gelanceerd is een geweldig instrument. Het jaagt wetenschappers weg uit hun ivoren torens, zodat ze met hun ‘waren' op de ‘markt' moeten gaan staan. Daar liggen ze nu gratis mee te nemen. Geen betere gratis-markt dan de digitale. Het komt er voor onderzoekers nu op aan dit instrument massaal te gebruiken zodat ons onderzoek -dixit Appy Sluijs- "transparent, relevant en klaar voor hergebruik" wordt.
Actief zijn in de politiek is dezer dagen niet simpel. Dat het land institutioneel in een ‘dipje' zit is een understatement waarmee ik onze collega-professor van de UGent tevens Koninklijk Bemiddelaar Johan Vande Lanotte nu zeker niet aan het lachen kan krijgen. Toch, en het mag u verbazen, werken de verkozenen des volks naarstig verder. De commissies behandelen wetsvoorstellen. Als senator kan ik getuigen dat de draagkracht en de kwaliteit van wetgevend werk gediend is met gedegen wetenschappelijk werk. Momenteel behandelen we bijvoorbeeld in het parlement een wetsvoorstel inzake de algemene invoering van de derdebetalersregeling in de gezondheidszorg. Het is mede dankzij vlot beschikbaar onderzoek van collega-onderzoekers dat ik daartoe een evenwichtig standpunt heb kunnen uitwerken. OpenAIRE zal dus op applaus onthaald worden op de politieke studiediensten en de wetgevende secretariaten. Beleidswerk baseren op wetenschappelijk onderzoek spaart tijd en is maatschappelijk relevant. Het mag eens gezegd.
Een ander voorbeeld. Met het ICRH, het International Centre for Reproductive Health dat ontstond onder de vleugels van de UGent, verrichten we al meer dan 15 jaar onderzoek dat te maken heeft met hiv/aids en seksuele - en reproductieve gezondheid en rechten. We zijn inmiddels op zowat alle continenten actief. In al die jaren hebben we al massa's wetenschappelijk onderzoek verricht. We zijn met onze gezondheidscentra uiteraard ook volop aanwezig in de sociologische en medische praktijken in ons land en in Afrikaanse landen als Kenia en Mozambique. De ‘output' van ons wetenschappelijk werk is op dat vlak zeer concreet. Met het recent project ‘Vanuit de Onderbuik', dat we vorige maand nog voorstelden in het UFO-gebouw van de UGent, hebben we het verhaal kunnen vertellen met de publicatie en de expo ‘Vanuit de onderbuik, snapshots uit onderzoek naar seksuele en reproductieve gezondheid'. Via het boek en de reizende tentoonstelling tonen we de mensen achter de wetenschappelijke cijfers en studies".
Met het ICRH en met de hulp van de Gentse Universiteitsbibliotheek zullen we nagaan hoe we ons wetenschappelijk werk maximaal op het OpenAIRE-platform beschikbaar kunnen maken. Wetende dat we er kwalitatief voordeel uit halen, wetende dat er vele onderzoekers -hier én elders in de wereld- zitten wachten op gedegen gratis kennis, ben ik er zeker van dat vele collega-wetenschappers met evenveel enthousiasme op het digitale platform van OpenAIRE zullen ‘springen'.
Meer informatie: http://www.openaire.eu/
Marleen Temmerman, 11 december 2010
Bron: De Gentenaar
|