|
BRUSSEL, don. 22 mei - Marleen Temmerman (sp.a) en Hilde
Vautmans (Open VLD), voorzitters van de buitenlandcommissies in respectievelijk
Senaat en Kamer, uiten hun grote bezorgdheid naar aanleiding van de arrestatie
van 7 leidende Bahá’ís in Iran. De twee vrouwen en 5 mannen werden overgebracht
naar de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Temmerman en Vautmans sturen
hierover een brief naar de ambassadeur van Iran en naar de Minister van
Buitenlandse Zaken Karel De Gucht.
Wereldwijd zijn er naar schatting 7 miljoen aanhangers van het het
Bahá’í-geloof in meer dan 200 landen; in India zouden er 2,5 miljoen
gelovigen zijn, in Iran 600.000 en in ons land 600. Deze recente
wereldgodsdienst werd gesticht in 1844 en kwam voort uit de Islam. Zelf
vergelijken ze het met het Christendom dat wortels heeft in het Jodendom.
Aanhangers van het bahá’í-geloof zijn erg democratisch georganiseerd. Ze
staan voor een tolerante religie met respect voor vrouwenrechten, een grote
inzet voor sociale projecten en een oecumenisch streven naar wereldvrede en
integratie van religies.
De geweldloze Bahá’í-gemeenschap van Iran is de grootste religieuze
minderheid in de Islamitische republiek. In 1983 werd het Bahá’í-geloof buiten
de wet gesteld. Inmiddels wordt de gemeenschap getroffen door ernstige
schendingen van de mensenrechten in een klimaat van religieuze
onverdraagzaamheid. De voorbije 20 jaar werden meer dan honderden Bahá’ís
ontvoerd, gevangen genomen en geëxecuteerd. Amnesty rapporteerde al
uitvoerig over de aanvallen, pesterijen en intimidaties jegens de Bahá’í-ten in
Iran. Sinds een aantal jaren is de Iraanse overheid bezig om systematisch
informatie te verzamelen over bahá’ís op het grondgebied. Asma Jahangir , de
speciale VN-rapporteur inzake Vrijheid van Godsdienst of Overtuiging,
bestempelt dit als een 'onaanvaardbare belemmering van de rechten' van de
bahá'í-gemeenschap in Iran.
De nieuwste arrestaties van de zes leidinggevende Bahá’ís schokten de
internationale Bahá’í-gemeenschap, maar de media noch de politieke leiders in
het westen hebben er nauwelijks aandacht voor. Senator Marleen Temmerman en
Kamerlid Hilde Vautmans vragen aan de Iraanse ambassadeur en aan Minister De
Gucht om onmiddellijk bij de Iraanse regering aan te dringen op spoedige
invrijheidstelling van de 7 gevangengenomen Bahá’í-leden.
|