| Verbouwen mag, maar skelet van sociale zekerheid moet overeind blijven |
| 11/02/2010 | |
Marleen Temmerman schreef voor de Gentenaar een column over onze sociale zekerheid; een monument dat mee opbebouwd werd in het 19de eeuwse Gent. We moeten dit monument restaureren, oppoetsen, schilderen... en ‘Surveillanten' moeten het gebouw bewaken zodat er geen misbruiken zijn. We moeten het vooral koesteren en beschermen tegen ultraliberalisme en financiële voorjaarsstormen.
Lees de hele column hieronder of ga naar de website van De Gentenaar http://www.nieuwsblad.be/marleentemmerman.
Gent - Nu meer dan ooit moeten we in onze maatschappij streven naar solidariteit in een harde geliberaliseerde wereld. Diego López Garrido, de socialistische Spaanse staatssecretaris voor Europese Zaken, kwam eerder deze week in ons parlement de prioriteiten van het Spaans EU-voorzitterschap toelichten. Hij wond er geen doekjes om: "Het ultraliberalisme en de excessen van de financiële sector veroorzaakten de crisis, niet de sociale bescherming. Het zou dus een grove vergissing zijn nu de weg op te gaan van nog meer deregulering."
Tijdens crisissen is het goed om eens terug te gaan in de tijd. Om te zien hoe een en ander ontstaan is en waarom. We kunnen er uit leren en we zullen ook meer waardering kunnen opbrengen voor hetgeen we hebben... We moeten dat koesteren en versterken. Wist u trouwens dat Gent een belangrijk rol speelde in de opbouw van dit indrukwekkend monument? Die eerste vakbonden ontstonden in het midden van 19de eeuw in het industriële Gent. Het waren vooral de gewone man en vrouw die, in al hun armoede en zonder steun van werkgevers of overheid, een stelsel van sociale verzekeringen uit de grond stampten. In 1857 ging zo de ‘Broederlijke Maatschappij der Wevers' van start, een vakbond met een kas van onderlinge bijstand (ziekenkas) voor de Gentse spinners en wevers. Deze vakbonden waren destijds ‘vermomd' als mutualiteiten of ‘maatschappijen van onderlinge bijstand'. De kernspreuk van de eerste vakbond/mutualiteit van de spinners en wevers was 'noodlijdenden door noodlijdenden geholpen', wat wijst op een zeer grote en directe solidariteit. Wekelijks zetten de arbeiders een paar centiemen opzij voor een gemeenschappelijk fonds, waaruit ze ondersteuning genoten als ze ziek of werkloos werden. Geert Van Goethem, directeur van het AMSAB (Instituut voor Sociale Geschiedenis), kan uitvoerig vertellen over deze vroege Gentse solidaire kassen... "De arbeiders die ziek werden en gebruik wensten te maken van de kas, konden tot tweemaal per week een thuisbezoekje verwachten van de ‘surveillanten' van de ‘kas van onderlinge bijstand'... wie de hypochonder uithing of aan de cafétoog stond te drinken, werd zonder pardon uit de kas gegooid". Misbruiken waren zeldzaam omdat de sociale controle te sterk was en omdat het tenslotte om de zelf bijeen gespaarde centen ging. Later werd dit sociaal vangnet ook uitgebouwd door coöperatieven zoals de ‘Vooruit', die iedereen -ook zieken en werklozen- in hun solidaire ziekteverzekeringen toelieten... Die kassen waren niet gesubsidieerd en daarom ook steevast verlieslatend. Gent was één van de eerste steden in ons land die begin 20ste eeuw de werkloosheids- en ziektekassen begon te subsidiëren. Gent stond daarmee (samen met andere steden) aan de wieg van de arbeidersbeweging. Over naar het Gent van vandaag. De Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid publiceerde zopas een studie waaruit blijkt dat 86% van de Belgen onze sociale zekerheid goed vindt. Daarmee scoren we zeer goed in de Europese Unie. Zonder onze sociale zekerheid zouden we veel meer armoede kennen en zou de armoedekloof veel groter zijn. Maar armoede bij gepensioneerden en niet-werkenden is bij ons dan weer hoger omdat de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen te laag zijn... Als er geld is om de banken van het faillissement te redden, dan moet er ook maar geld komen om de pensioenen en de vervangingsinkomens aan te passen aan de levensduurte. Dat lijkt mij niet meer dan billijk. U zult niet verwonderd zijn dat ik als arts vooral op het vlak van de gezondheidszorg uitdagingen en mogelijkheden tot verbetering zie. Ik pik er voor deze ‘Wel & Wee' een voorbeeldje uit: de betaling van de consultatie bij uw dokter. Dat is 23 euro (zelf 23,50 na een recente indexering) als u via de wachtkamer passeert en 34 euro als de dokter aan huis komt. Onze ziekteverzekering zorgt ervoor dat minder mensen dan elders in Europa een bezoek aan de dokter uitstellen omdat ze die niet kunnen betalen. Toch zijn er ook bij ons nog teveel mensen die op het einde van de maand geen 23 euro voor een dokterconsultatie meer op zak hebben, en daarom nog liever een weekje extra ziek blijven, alvorens ze -soms te laat- naar hun huisarts stappen. Sommigen gaan dan maar naar de spoedgevallendienst omdat ze dan direct gratis geholpen worden. De factuur voor het remgeld van de consultatie volgt later wel. Dat is oneigenlijk en inefficiënt gebruik van de spoeddiensten, die daardoor ook minder tijd krijgen voor de echte dringende gevallen. Daarom heb ik in de Senaat een voorstel neergelegd dat er voor zorgt dat mensen enkel nog het remgeld moeten betalen als ze naar de dokter gaan. Dat heet met een moeilijk woord de ‘derdebetalersregeling', die in zowat alle Europese landen wordt toegepast. Enkel in ons land is er nog een heel gedoe met plakbriefjes en doktersattesten die u bij de mutualiteit moet binnenbrengen. Die stort dan weer het grootste deel van de consultatie terug op uw zichtrekening. De patiënt schiet het loon van de dokter voor, het RIZIV verrekent dat dan later met de ziekenkas. Wat een gedoe...
De mutualiteiten zijn in hun strategische plannen aan het vervellen naar zeer performante organisaties. Zij weten ook dat E-Health met de elektronische identiteitskaart in aantocht is en het betalingssysteem grondig zal veranderen. De techniek is al voorzien op uw huidige identiteitskaart en zal vanaf 2012 geleidelijk aan de SIS-kaart vervangen. De personeelsleden kunnen dan meer worden ingeschakeld voor taken als het controleren van de juistheid van ziekenhuisfacturen, uitleg geven over de terugbetaling, de maximumfactuur, de zorgverzekering, of de leden al dan niet recht hebben op het OMNIO-statuut dat goedkopere geneeskunde garandeert... Ook voor uitleg over de aanvullende verzekeringen, de diensten van het ziekenfonds, de nieuwe voordelen voor de leden en de nieuwe regels kunnen de personeelsleden meer tijd vrijmaken. Sommige mutualiteiten zijn nu zelfs al begonnen om de leden te adviseren in hun ziekenhuiskeuze. Waar laat ik het best en goedkoopst een nieuwe heup steken bijvoorbeeld. Of waar ga ik het best bevallen? De ziekenhuizen in Gent zijn natuurlijk allemaal prima geschikt om te bevallen of om een nieuwe heup te krijgen: het UZGent uiteraard, maar evengoed de vestigingen van Sint-Lucas, Jan Palfijn, Maria Middelares... De mensen van het ziekenfonds kunnen u op basis van terugbetalingen en statistische gegevens vertellen waar u wat betaalt en of artsen al dan niet conventioneerd zijn (belangrijk voor de bepaling van erelonen). We moeten in de gezondheidszorg een gezond betalingssysteem hebben dat in het belang is van de mensen, niet in het belang van de voorzieningen of de diensten. Bij tandartsen en apothekers wordt nu al vrijwel algemeen gewerkt via het systeem derdebetalers. Een aantal belangrijke voorbeeldprojecten tonen ook bij ons in Gent aan hoe goed dat derdebetalerssysteem marcheert wanneer dokters, kinesisten... hun diensten verlenen: in de wijkgezondheidscentra "De Sleep", "Brugse Poort", "Rabot", en "Botermarkt" (Ledeberg) bijvoorbeeld. Er zijn in Gent ook al vele groepspraktijken die het derdebetalerssysteem aan het overnemen zijn van de wijkgezondheidscentra. In sommige gevallen mogen ze dat echter wettelijk niet. Dat zou moeten veranderen. Sowieso hebben mensen met financiële moeilijkheden nu al overal recht op het derdebetalerssysteem, maar wie durft dat uitdrukkelijk vragen aan zijn huisarts? Gewoon zo vlug mogelijk algemeen invoeren die derdebetalersregeling zou ik zeggen, en liever volgende week dan binnen 3 jaar. Maar zoals ons de wordingsgeschiedenis van de 19de eeuwse ‘Broederlijke Maatschappij der Wevers" leert... ik zal zusterlijk geduld moeten leren oefenen. Ondertussen blijf ik ‘surveillant' om samen met de mutualiteiten en de zorgverstrekkers ons sociale zekerheidsmonument te bewaken. Ik steek graag de handen uit de mouwen voor dringende herstellingen.
Marleen Temmerman Marleen Temmerman is senator voor de sp.a. In het parlement is ze voorzitter van de Senaatscommissie Buitenlandse Betrekkingen en landsverdediging. Ze zetelt tevens in de commissie Sociale Aangelegenheden. Ze is tevens diensthoofd gynaecologie-verloskunde aan het UZGent en professor aan de UGent. In Gent én in Kenia is er ook nog het ICRH, een centrum waar ze werkt rond reproductieve en seksuele gezondheid. |