sp.a wil wettelijke ziekteverzekering uitbreiden
01/04/2010
gezondheidszorgvisie2010.jpgDe sp.a wil de Belgische gezondheidszorg efficiënter, kwalitatiever, toegankelijker en meer betaalbaar maken. Een van de voorstellen om dat te doen, is het versterken van de wettelijke ziekteverzekering en het terugdringen van de private hospitalisatieverzekeringen. De visienota werd donderdag voorgesteld.

 lees de hele visienota hier: http://www.ledenbeheer-s-p-a.be/Bestanden/visie2010/visienota_Gezondheidszorg.pdf

 Voorzitster Caroline Gennez en senatrice Marleen Temmerman benadrukten dat de Belgische gezondheidszorg zeker performant is. Het systeem begint echter hier en daar barstjes te vertonen, klink het: de private verzekeringen zorgen voor een segmentering van de markt, steeds meer artsen (vooral specialisten) gaan zich deconventioneren, en op het gebied van preventie doet ons land het niet zo goed.

De socialisten werkten een aantal voorstellen uit om het systeem te verbeteren. Iedereen heeft recht op een volledig en kwalitatief aanbod van gezondheidszorg, luidt de bottom line van de visietekst. Speerpunt van het plan is dat het wettelijke systeem zo veel mogelijk moet dekken. De private verzekeringen zouden dan enkel nog dienen om de kosten te dekken van patiënten die zich wat meer luxe willen veroorloven.

Meer terugbetaalbaar maken via de traditionele ziekteverzekering kan volgens de partij door het systeem kostenefficiënter te maken en meer aan preventie te doen. Door de hospitalisatieverzekeringen terug te dringen, zullen de prijzen ook minder de pan uit swingen dan nu het geval is, is de redenering.

Een andere prioriteit uit het sp.a-plan is de veralgemening van het derdebetalerssysteem en het centraal stellen van de huisarts in de gezondheidszorg. Een versterking van de eerstelijnszorg, met de invoering van een elektronisch globaal medisch dossier voor iedereen, werkt preventie in de hand en kan kostenbesparend werken. Wanneer een patiënt geen vaste huisarts heeft, gaan ziekenhuizen vlugger zelf nog een reeks onderzoeken uitvoeren, stelt Temmerman.

Verder pleiten de socialisten voor het uitwerken van vaste zorgtrajecten. Dat leidt tot een betere zorg en vermijdt overbodige consultaties. Voor diabetici en bepaalde kankeraandoeningen bestaan dergelijke trajecten al.

Gennez en Temmerman braken ook een lans voor meer inspraak en duidelijke informatie voor patiënten. Ziekenfondsen en zorgverstrekkers kunnen daar een belangrijke rol in spelen. Ons land moet bovendien meer werk maken van registratie en statistieken. ‘Meten is weten', dixit Gennez.

Tot slot wil de partij de financiering van het systeem veel meer koppelen aan kwaliteit. Zo moeten er referentieprijzen komen voor geneesmiddelen, dient de financiering van ziekenhuizen meer afhankelijk te worden van efficiëntie, moet hoogtechnologische apparatuur zonder echte meerwaarde in vraag durven worden gesteld en moet echte medische innovatie worden gestimuleerd.

(bron: De Standaard, 1/4/2010)

 

Marleen Temmerman schreef op zaterdag 3 april een column over de visietekst in De Gentenaar. De tekst vindt u hieronder of klik op: http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=BLRTO_20100402_004&postcode=9000

Gezondheidszorg aansterken tot recht op gezondheid

GENT - Vrijwel alle Belgen vallen onder de wettelijke ziekteverzekering. Van alle Europeanen zijn de Belgen daarenboven het meest tevreden over hun nationale gezondheidszorg. Daar mogen we trots op zijn. We mogen echter niet op onze lauweren rusten. Timmeren aan een betere gezondheidszorg en goed omspringen met de schaarse middelen moet een permanente bekommernis zijn.

We mogen ons daarbij niet laten afleiden tot te persoonlijke emotionele dossiers. Er was bijvoorbeeld de boude stelling van collega-parlementair Luc Goutry van de CD&V die stelde dat het implanteren van een pacemaker bij zijn vader, drie uur voor zijn overlijden, een overbodige ingreep was. Maar wat als de pacemaker wel geholpen had? De artsen waren hierover terecht verbolgen. Ook de Gentenaar bracht het verhaal gisteren.

Of een behandeling zinvol is of niet, moet gemeten worden aan de hand van objectieve cijfers. Ziekenhuizen houden die cijfers bij, maar er is geen performante centrale registratie. Zo moest minister Van Quickenborne donderdag in de Senaat toegeven dat de mortaliteitscijfers inderdaad hopeloos te laat of zelfs niet worden doorgegeven aan organisaties zoals Eurostat en de WHO. De schuld van de gemeenschappen en gewesten blijkbaar. De minister beloofde in elk geval de ‘witte vlekken' die ons land vertoont op de Europese landkaarten met de mortaliteitscijfers aan de agenda van een interministerieel gezondheidsoverleg te zetten op 26 april eerstkomende.

Om op Goutry terug te komen. Hij beweert dat één op de vijf medische ingrepen onnodig is en daardoor de gezondheidszorg onbetaalbaar wordt. Hij bepleit daarom besparingen in de verplichte ziekteverzekering. Dat is nogal kort door de bocht, omdat het moeilijk te staven is aan de hand van cijfermateriaal. Bovendien kadert dit in een breed ethisch-maatschappelijk debat rond de vraag wie welke zorg mag krijgen. Het heeft geen zin chirurgen en andere zorgverstrekkers op de kast de jagen. Artsen, verpleegkundigen, zorgdirecties, ziekenfondsen, gezondheidseconomen, politici én patiënten moeten partners worden in een streven naar een betere gezondheidszorg.
Op dat vlak moeten we maximaal de kaart van de patiënt trekken. Iedereen heeft recht op een volledige, betaalbare en kwalitatieve gezondheidszorg. En als we een ziekte kunnen vermijden door een goeie preventie, dan is dat nog beter.

Eergisteren presenteerde ik samen met sp.a-voorzitter Caroline Gennez een visie op de gezondheidszorg in ons land, waarbij we willen komen tot een écht recht op gezondheid en gezondheidszorg .

We mogen de gezondheidszorg niet overlaten aan de markt. Want dat zou betekenen dat vooral ouderen en arme gezinnen uit de boot vallen. Maar ook mensen met een behoorlijk inkomen kunnen door hoge gezondheidskosten in de problemen komen als de overheid de zorg niet coördineert én stuurt. Wie recent de Amerikaanse debatten over Obama's historische hervorming van gezondheidszorg in zijn land volgde, weet hoezeer wij ons Belgisch gezondheidssysteem mogen koesteren.

Hoe kunnen we onze gezondheidszorg dan nog beter te maken? We moeten prioritair werken aan de volgende zaken:

  • De huisarts is de ‘poortbewaker' van ons gezondheidssysteem. Op weg naar een gegarandeerde inschrijving bij een huisarts, moeten we streven naar een maximale inschrijving bij een vaste huisarts. Dat wordt best ondersteund door een verplicht Globaal Medisch Dossier, dat de patiënt volgt na doorverwijzing. De huisarts kan trouwens een veel grotere rol gaan spelen inzake gezondheidspreventie en gezondheidspromotie zodat het recht op gezondheid niet enkel beperkt blijft tot het curatieve.
  • Betaalbare kwaliteitsgezondheidszorg voor iedereen kan door de wettelijke ziekteverzekering te versterken. Alle nodige medische kosten en hedendaags comfort moeten daarbij inbegrepen zijn. Een hospitalisatieverzekering zou enkel mogen dienen voor extra comfort en niet om loonsupplementen voor zorgverstrekkers te betalen. Dit impliceert een ander model van ziekenhuisfinanciering.
  • Sommige sociale maatregelen hebben ook al ruim voldoende hun nut bewezen. De overheid zou daarom de derdebetalersregeling algemeen, automatisch en voor iedereen moeten invoeren. Zo moeten de mensen enkel nog het remgeld betalen als ze naar een arts gaan.
  • Op dit moment maakt amper een kwart van de rechthebbenden gebruik van het zogenaamde OMNIO-statuut. Voor diegene die het meest nood hebben aan zorg zouden automatisch maximumprijzen voor geneeskundige zorgen en geneesmiddelen moeten gelden.
  • Het gezondheidsbeleid moet zich ook meer gaan baseren op bewezen beste praktijken. In Gent hebben bijvoorbeeld drie van de vier ziekenhuizen de peperdure toestellen voor robotchirurgie in huis gehaald. Dat is zeker niet omdat bewezen is dat deze techniek de zorg voor de mensen echt verbetert, maar eerder omdat iedereen wil hebben wat de ander heeft.
  • De kost van geneesmiddelen tenslotte, die kunnen we verminderen via een plafondprijsmodel. De overheid kan zo tot 80 procent besparen op uitgaven voor geneesmiddelen, zonder aan kwaliteit in te boeten. Het systeem is even simpel als eenvoudig: geneesmiddelenproducenten die hun medicijnen niet onder een door de overheid vastgesteld bedrag ontwikkelen krijgen geen terugbetaling. Overheidsbemoeienis? Inderdaad, maar wel ten voordele van de patiënt.

Marleen Temmerman, 3 april 2010