Op 11 november was het voor de 39ste keer Internationale Vrouwendag. Het Vrouwen Overleg Komitee (VOK) deed aan zelfreflectie in Schaarbeek. Vrouwen (en mannen!) gingen in discussie over de toekomst van het feminisme. Marleen Temmerman blikte in haar tweewekelijkse column voor De Gentenaar terug op bijna 40 jaar strijd voor gelijke vrouwenrechten. Van bh-verbranding naar diversiteit en van baas in eigen buik naar baas over eigen leven.
Er is een groot verschil tussen het feminisme van de jaren '70 van vorige eeuw en het feminisme anno 2010. Destijds leek het veeleer op een strijd, een strijd tegen mannen, een strijd tegen vaders, broers en echtgenoten soms. 't Was een verzet tégen en vechten vóór iets. Die oorlogsretoriek werkt niet meer vandaag. Het is nu anders: het gaat om gelijke kansen en gelijke rechten. Op dat vlak krijg je de jongeren en de media nog wel geïnteresseerd. De strijdretoriek vinden ze echter niet ‘cool'. En er zijn trouwens hoe langer hoe meer mannelijke feministen. In mijn eigen omgeving in het UZGent, de UGent en het Brussels parlement zie ik geen andere mannen meer (lacht).
Niet enkel in eigen boezem kijken
Ik vind het trouwens goed dat het hedendaags feminisme niet langer enkel in eigen boezem kijkt. Vrouwen bezien mannen niet langer als lastigaards. Ze worden partners in empowerment, zoals dat in het sjiek-Engels klinkt. Hij en zij werken, dus hij en zij moeten de lasten en de lusten delen om de combinatie gezin en werk draaglijk te houden.
Een blijvend thema in het feminisme is de emancipatorische impuls die uitgaat van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en de bijzondere rol van anticonceptie daarin. De vrouw kan door het nemen van de pil niet alleen haar vruchtbaarheid onder controle houden maar ze kan ook het huwelijk uitstellen, ze kan langer naar school en ze kan haar carrière gemakkelijker uitbouwen.
Zo zie je nu nog steeds dat vrouwen in ontwikkelingslanden die weinig rechten hebben, ook onvoldoende toegang hebben tot gezondheidszorgen. Concreet is dat dus ook onvoldoende toegang tot anticonceptiva. Recent nog, bij de evaluatie van de millenniumdoelstellingen in New York, bleek dat er op het vlak van moedersterfte weinig vooruitgang wordt geboekt. Ik ben er zeker van dat de gebrekkige seksuele gezondheidskennis en -rechten voor die vrouwen daar een centrale rol in spelen.
En dat ligt nu net zeer gevoelig in landen waar vrouwen geen ‘power' hebben. Het gaat tijd kosten om die ‘girl power' uit te bouwen. Tot zolang gaan we vaak nog keihard geconfronteerd worden met grote (soms geïmmigreerde) onrechtvaardigheden als hongerende en bedelende weduwen, verkrachting als oorlogswapen, genitale verminking, kinderprostitutie, kinderarbeid enz... Een feministe kan daar niet vrolijk van worden en moet op dat vlak de handen uit de mouwen steken. Yes we can and we care!
Schoonheidsdwang, topjobs en crocheteren
In ons eigen land blijft er ook werk aan de feministische winkel. Wat blijkt namelijk uit commerciële westerse reclamebeelden, vrouwenbladen (!), videoclips en de alom toegankelijke internetporno? De stereotiepen zijn weer helemaal terug (van nooit weggeweest): vrouwen aan de haard en meisjes als goedkope en onderdanige sloeries...
't is soms hallucinant en het blijft revolterend. In de realiteit zien we, onder andere onder invloed van media en internet dat vrouwen binnen een relatie (of als alleenstaande) de deeltijdse jobs en de zorg voor huis en kinderen op zich nemen; dat er nog te weinig vrouwen zijn in topjobs; dat vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald worden en dat vrouwen en meisjes zichzelf laten opereren aan allerlei lichaamsdelen of zich overgeven aan eetstoornissen om te beantwoorden aan de tirannieke dwang van jeugd en schoonheid. Progressieve vrouwenbewegingen als Zij-Kant hebben dat goed begrepen en pakken dit aan via sterke acties. Geen cursussen en bloemschikken en crocheteren meer voor deze vrouwen, alhoewel het anderzijds blijkbaar weer helemaal hip is om te breien...
In ons land hebben we nu al een aantal feministische golven achter rug. De golven worden minder hoog, maar ze blijven steeds nieuwe thema's aanbrengen. In plaats van het niet-eindigend opbod aan extra weken ouderschapsverlof, zou het volgens mij meer zoden aan de feministische dijk brengen als er creatiever wordt omgesprongen met de combinatie werk, vrije tijd, (t)huis, kinderen... Zo moet er op plaatsen waar vrouwen (én -opnieuw- ook mannen) werken meer diensten dichtbij aangeboden worden zoals een wasserette, een strijkatelier, een kindercrèche...
Overmand door mevrouw de professor
Is politiek een harde mannenwereld? Wordt het academische - en het medische milieu overmand? En hoe zit het met het quorum, de aanwezigheid van vrouwen in de verschillende beroepen en milieus? In het parlement én in de lokale gemeentebesturen gaat het alvast de goede kant uit. In de commissiezalen van de Kamer hangen nog een aantal protserige 19de en vroeg-20ste eeuwse groepsportretten van alle gekozenen des volks. Je moet daar écht met een vergrootglas op gaan zitten om een vrouw te vinden. Dat is nu wel even anders. Dankzij wettelijke ingrepen (1/2 vrouwen op alle lijsten en bij de eerste drie op een lijst maximum twee vrouwen of twee mannen' , zitten er nu meer vrouwen dan ooit in de parlementen: ruim 1/3. Dat is goed; ze zijn vaak ook niet op hun mond gevallen... dat vertaalt zich ook in een verhevigde aandacht voor belangrijke politieke thema's als de genoemde combinatie van werk en gezin, mobiliteit, gezondheidszorg... De politieke vrouw verdwijnt nooit meer van het toneel.
In de medische wereld is er ook een positieve evolutie. Vandaag zijn er nu veel meer vrouwelijke dan mannelijke studenten geneeskunde: dat piekt nu tot 7/10 van de studenten. Toen ik destijds begon waren er maar 5 à 10% studentes geneeskunde. Ik was ooit de eerste vrouwelijke prof gynaecologie in ons land... en dat was zeker niet met steun van de prof die ik destijds had. Hij vond gynaecologie geen vak voor vrouwen!
Vrouwen kiezen ook expliciet voor ‘typisch mannelijke beroepen' als anesthesist, gynaecoloog en chirurg waardoor die beroepen ook aan het vervrouwelijken zijn. Ook bij onderwijzers, notarissen, politie en advocaten is een gelijkaardige inhaalbeweging gebeurd of aan de gang. Hoe dat komt? Meisjes in de humaniora worden beter gesteund om hoger te mikken. Ze halen ook betere punten en ze zeer meer plichtsbewust dan jongens.
Erg opvallend is de achterstand op topacademisch niveau: bij de gewone hoogleraren (de professoren dus) is maar 5-10% van het corps vrouwelijk. Dat staat in scherp contrast met het aantal afstuderende doctoraatsstudenten, waarvan 30% vrouwen. Hier situeert zich duidelijk een gender-klif. Betekent een gezin op het einde van een doctoraatsopleiding dat de academische vrouw terug naar af gaat? Een aanbeveling voor onderzoekscentra, de onderwijsminister en de academische wereld om maatregelen uit te werken om die klif om te vormen tot een springschans!
Fundi's? De Vrouw is de sigaar...
De grote uitdaging voor de eigentijdse feministe is de positie van de vrouw binnen een diverse -, interculturele - en interreligieuze omgeving. Uiteraard is er een spanningsveld tussen keuzevrijheid, vrijheid van mening en onderdrukking. We moeten hier vaak op eieren lopen, want van zodra er religie in het spel is lijken de ons bekende mechanismen inzake democratie, inspraak en moraal op losse schroeven te komen. Vrouwen onder druk, het is een vaak weerkerend thema in mijn boeken en mijn lezingen.
Dat geldt dan ook vaak in het bijzonder binnen fundamentalistische religies én regimes. Waar de fundi's de baas zijn, delft de vrouw vaak het onderspit: Oost-Congo, Afghanistan, Somalië... voorbeelden legio. Ik zou hier ook de positie van de vrouw in de Katholieke kerk kunnen aanhalen, maar ik doe dat even niet. Net zoals het in voornoemde voorbeeldlanden zinloos is de westerse normen en waarden manu militare op te dringen, zal ook binnen de kerk de basis zelf de vrouwelijke revolte moeten organiseren. Tegelijk mag de weg van de geleidelijkheid en de omzichtigheid in vrouwenrechten onze eigen ethische en wettelijke verworvenheden niet in het gedrang brengen. Een oud-Vlaamsch gezegde luidt: 't is goed voor eigen deur te vegen... dus laat ons vandaag de bezem in de hand van onze echtgenoten en onze zoons steken, zodat ze kunnen beginnen borstelen aan een universele gelijkheid tussen mannen en vrouwen.
[roept nog even naar een mannelijke medewerker: en voor mij een koffie met één suikertje!]
Marleen Temmerman, 13 november 2010
|