|
Op 18 mei 2009 organiseerde de gezamenlijke Senaatscommissies Buitenlandse Betrekkingen (met Senator Marleen Temmerman als voorzitter) en Sociale Aangelegenheden (die wordt voorgezeten door Kamerlid Nahima Lanjri) in de Senaat een colloquium over "De strijd tegen hiv/aids". Daarbij stond het baanbrekend werk van Peter Piot centraal. Op onderstaande foto feliciteert Marleen Temmerman Peter Piot. Klik verder voor de inhoud van de speech van Peter Piot en voor meer foto's ((c) Peter Goossens, Senaat).
Het colloquium vond plaats in aanwezigheid van aanwezigheid van H.K.H. Prinses Mathilde. Het is Piot die Temmerman ooit vroeg om naar Kenia te gaan om daar te gaan werken als dokter; een vraag waar zij graag op inging. Haar ervaring inzake de strijd tegen hiv/aids en haar wedervaren in de strijd voor meer seksuele en reproductieve rechten voor vrouwen werd zopas te boek gesteld: Mama Daktari (2009).
vlnr: Nahima Lanjri, Marleen Temmerman, Peter Piot, H.K.H. Prinses Mathilde, senaatsvoorzitter Armand De Decker, Marie Laga (ITG) - foto (c) Peter Goossens, Senaat
Peter Piot (°1949, Leuven) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Gent. Hij begon zijn carrière als professor microbiologie en volksgezondheid aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen. In 1976 was hij medeontdekker van het Ebolavirus. Peter Piot was tot voor kort directeur van UNAIDS (het ‘Joint United Nations Programme on HIV/AIDS'), waar in 1995 als eerste uitvoerend directeur en tevens adjunct secretaris-generaal van de VN aan de slag ging. Koning albert gaf hem de titel van Baron. Hij wordt binnenkort directeur van het "Institute for Global Health", dat recentelijk werd opgericht binnen het Imperial College te Londen. Piot verbindt deze stap met een belangrijke "lesson learned" binnen UNAIDS, namelijk dat de strijd tegen een dergelijke pandemie moet worden geïntegreerd binnen een algemeen en inclusief gezondheidsbeleid, dat wil zeggen: weg van de huidige verticalisering. Dat is ook een inzicht dat Piot verwierf binnen de ‘Bill en Melinda Gates Foundation', de grootste filantropische instelling ter wereld, waar Piot recentelijk gedurende enkele maanden verantwoordelijk was voor de coördinatie binnen het algemene thema van de versterking van de ziektebestrijding (dus niet enkel HIV/AIDS-bestrijding) in ontwikkelingslanden.
vlnr: Nahima Lanjri, Peter Piot en Marleen Temmerman - foto (c) Peter Goossens, Senaat
Piot wees in zijn senaatstoespraak op het belang van politiek "leadership" om alle actoren op één lijn te brengen; belangrijke politieke beslissingen en oriëntaties hebben een concreet impact op levenseinde van miljoenen mensen. Peter Piot: "Directeur zijn van UNAIDS is voor 99% een politieke baan. Daarbij heeft een Belg bepaalde troeven: talenkennis, sterk onderwijs, ondernemerszin, omgaan met diversiteit en tenslotte de cultuur van sluiten van constructieve compromissen, belangrijk in een beladen ziekte zoals HIV/AIDS. Het goed leren kennen van de contextuele factoren binnen elk land apart is nodig om het respectievelijke pressiepunt te vinden en zo een sterk engagement in de strijd tegen de ziekte te verkrijgen".
vlnr op de foto: Marleen Temmerman, Armand De Decker, H.K.H. Prinses Mathilde, Peter Piot en Nahima Lanjri - foto: Peter Goossens, Senaat
Piot stelde dat we naar een nieuwe fase gaan in de strijd tegen hiv/aids: "Er waren vooreerst de goede resultaten, de successen binnen de behandeling van de ziekte (zonder volledige genezing) en initiële successen rond preventie. Vervolgens waren er een aantal mislukkingen bij het onderzoek naar een curatief en preventief vaccin, o.a. het onderzoek naar efficiënte en effectieve microbicides. Dit betekent dat hiv/aids nog generaties lang onder ons zal zijn. Ondanks de eerste successen is het duidelijk dat men van de korte termijnstrategie van indijken van de ziekte binnen een noodinterventieschema, voornamelijk gericht op het zo snel mogelijk zo veel mogelijk mensen aan een ARV-behandeling te helpen zal moeten overgaan naar een lange termijnvisie waarbij o.a. hiv/aids-patiënten gedurende decennia een relatief gezond leven zullen kunnen leiden en waarbij nog een grotere nadruk op preventie zal moeten liggen. Dat betekent dat we tegen hiv/aids een brede coalitie van actoren nodig hebben, waarbij overheden samenwerken met andere overheden maar ook met de farmaceutische industrie, onderzoeksinstituten en privédienstverleners (o.a. NGO's). Met inzet van de juiste technologie en het uittekenen van een gezamenlijke doelstelling is er in beperkte tijd veel meer resultaat te boeken dan dat men op louter rationele grond mag verwachten.
Marleen Temmerman en Marie Laga (ITG) - foto: Peter Goossens, Senaat
Sceptici hadden tegen het zogenaamde ‘3 by 5 programme' heel logische en steekhoudende argumenten, zoals zwakke gezondheidsdiensten, gebrek aan menselijke capaciteit in de ontwikkelingslanden enz..., om deze aanpak als naïef en onmogelijk af te keuren, toch zijn nu al bijna 4 miljoen mensen in behandeling door de gezamenlijke inspanningen van een plejade aan actoren. Dit toont aan dat men niet mag wachten tot alle voorbereidingen getroffen zijn en alles op punt staat vooraleer men tot actie overgaat, maar dat men onmiddellijk en zelfs op onvolmaakte wijze moet beginnen. Momenteel is de juiste synergie aanwezig tussen onderzoek, industrie en beleid".
in de salons van de Senaatsvoorzitter, vlnr: Peter Piot, Marleen Temmerman, Kamervoorzitter Patrick Dewael en Nahima Lanjri - foto: Peter Goossens, Senaat
Peter Piot schetste vervolgens de politieke en socio-economische ommekeer die er in de strijd tegen aids begin jaren '90 kwam: "het politiek momentum is er initieel gekomen onder druk van mensen met hiv/aids en (hun) NGO's. Maar ook dankzij de definitie van het fenomeen dat het niet alleen als een ziekte omschreef, maar ook als een enorme bedreiging voor het sociale en economische leven van de getroffen landen terwijl het nadien zelfs ook als een internationaal veiligheidsprobleem werd gekarakteriseerd Dit zorgde voor een uitbreiding van de term ‘security' naar het concept van ‘human security', het recht op een veilig en beschermd leven en stimuleerde zo in aanzienlijke mate het rechtendiscours rond gezondheid ook omwille van de discrepantie in de resultaten van de strijd tegen hiv/aids en voor het recht op gezondheid. De patiënt in het Westen wordt behandeld voor de ziekte terwijl de patiënt in Afrika sterft aan de ziekte... In landen als bijvoorbeeld Zuid-Afrika evolueerde de aanpak drastisch: van fenomeen dat jarenlang genegeerd werd naar bindmiddel voor de acties van de meest diverse actoren omwille van de enorme en diverse impact op alle sectoren van de samenleving wat de kost van een gebrekkig resultaat enorm opdrijft. Ook onze (gezondheids)systemen zouden onder onmogelijke druk terecht komen mochten ze met een dergelijke epidemie geconfronteerd worden Het is compleet ridicuul te verwachten van de ontwikkelingslanden dat zij vanuit hun context deze strijd op eigen houtje kunnen voeren. In de hele hiv/aids-aanpak is er ook het onvoorziene positieve effect dat eeuwenoude infectieziekten zoals tuberculose en malaria kunnen meegenieten van dit momentum én van de middelen die hiervoor vrijgemaakt worden.
Om nog eens terug te komen op het Zuid-Afrikaanse beleid inzake hiv/aids, dat was vooral bij aanvang écht fout. Er was de expliciete veroordeling van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Mbeki's die jarenlang de invoer van aidsremmers boycotte omdat die zogezegd giftig waren en enkel de kas van de Westerse farmaceutische bedrijven zouden spijzen... De Harvard University becijferde dat door het gebrek aan toegang tot medicijnen en de struisvogelproblematiek, er tot 300.000 doden vielen in Zuid-Afrika. Het voorbeeld van Zuid-Afrika toont aan dat als wetenschap, politiek en ontwikkelingsorganisaties op één lijn blijven samenwerken en er een nieuwe strategie op lange termijn nodig is die de nieuw geconstateerde factoren van kwetsbaarheid meeneemt.
Er blijft ook de financiële uitdaging: de grote kritiek op de verticalisering van de middelen voor de hiv/aids-bestrijding gaat voorbij aan het feit dat de hele ontwikkelingssector ondergefinancierd is. Het wegnemen van die financiering kan snel leiden tot miljoenen doden.
Intensifiëren van het werk op het gebied van preventie is een werk van lange adem door de constante intrede van nieuwe cohorten jongeren die op seksueel actieve leeftijd komen.
Ik vind het belangrijk dat bedrijven die participeren in de strijd tegen aids, moeten kunnen blijven genieten van een omgeving die hun onderzoek bevordert. De VN heeft op internationaal, nationaal en lokaal vlak nog steeds nood aan een veel grotere coördinatie van het hiv/aidsbeleid".
Peter Piot besloot zijn toespraak in de Senaat met een oproep aan de Belgische actoren om jaarlijks een overleg binnen de senaat te organiseren waarop Belgische (en multilaterale) actoren verantwoording komen afleggen over wat ze doen met het Belgische donorgeld voor hiv/aids-bestrijding. Voorzitters Lanjri (Kamer) en Temmerman (Senaat) engageerden zich om dat daadwerkelijk te doen. Verder riep Piot ook op tot actie om de Belgische actieve rol in deze wereldwijde strijd te vrijwaren.
http://www.unaids.org/en/
|