Marleen Temmerman heeft de verbeterde opvolger van het kiwimodel voorgesteld: het plafondprijsmodel. Dat betaalt alleen geneesmiddelen terug die onder een afgesproken maximumprijs op de markt komen. Lees verder om de vrije tribune te lezen die ze hierover met collega-senator John Crombez schreef.
De prijs van veel medicijnen ligt in ons land te hoog. Voor paracetamol, een bekende pijnstiller, betaal je over de grens bijvoorbeeld vier keer minder. "Zieke mensen zijn hiervan het slachtoffer", vindt sp.a-senator en gynaecologe Marleen Temmerman. "Onze partij is tevreden dat de federale regering de 4,5 procent-groeinorm in de ziekteverzekering behoudt. Maar dat volstaat lang niet. De overheid kan nog tot 80 procent besparen op bepaalde geneesmiddelenuitgaven. Bovendien willen we garanderen dat de patiënt nog kwalitatieve zorg kan betalen. Een plafondprijsmodel biedt die garantie."
Temmerman stelt voor het kiwimodel - dat de federale regering trouwens weigert uit te breiden - te verbeteren. "Leg per groep van geneesmiddelen met dezelfde werking een plafondprijs vast, op basis van de prijzen in andere Europese landen. Schrap daarna alle merken die meer kosten, uit het terugbetalingssysteem. Het resultaat is dat alle medicijnen een eerlijkere prijs krijgen, want te dure medicijnen gaan niet meer over de toonbank."
"We leggen de keuze bij de farmaceuticabedrijven", aldus nog Marleen Temmerman. "Ofwel verlagen ze, in overleg met de overheid, hun prijzen. Ofwel spelen ze niet meer mee. Dezelfde keuze maken ze nu al voor implantaten, prothesen, pacemakers en andere levensreddende middelen. Medicijnen horen in dat rijtje thuis."
Deze week nog maakt minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx het evaluatierapport van het kiwimodel bekend. Dat rapport wil Onkelinkx gebruiken als discussiebasis om de prijzen te doen dalen. Temmerman vindt dat te weinig ambitieus en te lang duren. "We stappen beter zo snel mogelijk op het betere plafondprijsmodel over."
Hieronder vindt u de Vrije Tribune die Marleen Temmerman samen met haar collega-senator John Crombez schreef in De Morgen van 20 oktober '09.
Zeg niet langer ‘kiwi', zeg ‘plafondprijsmodel'
Marleen Temmerman en John Crombez lanceren met ‘maximumprijs per geneesmiddel' nieuwe manier om gezondheidszorg betaalbaar te houden
Marleen Temmerman en John Crombez zijn beide senator (sp.a)
Het was in De Cholesteroloorlog: waarom geneesmiddelen zo duur zijn (2004) dat arts en pvda-politicus Dirk Van Duppen aandrong op de import van het Nieuw-Zeelandse terugbetalingssysteem voor geneesmiddelen: de overheid zou - na openbare aanbesteding - alleen nog de prijs van het goedkoopste medicijn vergoeden. Het voorstel kreeg steun van Steve Stevaert, maar de farma-industrie weigerde de pil te slikken. Marleen Temmerman en John Crombez lanceren nu «een verbeterde versie van het kiwimodel».
In tijden van economische en financiële crisis is een sterke sociale zekerheid en ziekteverzekering broodnodig. Daarom is het goed nieuws dat de groeinorm van 4,5% voor onze ziekteverzekering in 2010 wordt gerespecteerd. Nog goed nieuws: de supplementen in de tweepersoonskamers verdwijnen. Een gekende struikelblok in de gezondheidsuitgaven zijn echter de te hoge geneesmiddelenprijzen in ons land. En daar hadden wij gehoopt op iets meer doortastendheid vanwege Minister Onkelinx. Die beperkt zich namelijk tot het wegknippen van enkele procenten door de regels hier en daar te wijzigen. Wij appreciëren deze eerste stappen van de minister, maar op een moment waarop de farmabedrijven zelf verklaren dat "prijsdalingen tot 80% mogelijk zijn" willen wij dat de minister veel verder gaat.
Sp.a dringt aan op de invoering van een prijzenbreker die een verbeterde versie is van het veelbesproken Nieuw-Zeelandse ‘kiwi-model', namelijk het plafondprijsmodel. In het kort komt het neer op een maximumprijs per geneesmiddel, geldend voor de verschillende merken en generieken van geneesmiddelen.
Wat is hiervoor een haalbare strategie? Per groep van geneesmiddelen met eenzelfde werkzame stof en toepassing, bijvoorbeeld aspirine of diclofenac, moet een plafondprijs vastgelegd worden, berekend op basis van de prijzen in andere Europese landen en onderhandeld met de producenten. Daarna schrappen we consequent alle merken die meer kosten uit het terugbetalingssysteem. We leggen dus de keuze bij de farmabedrijven om hun prijzen in overleg met de overheid te verlagen ofwel niet meer mee te spelen.
Een soortgelijk prijsmechanisme is al in gebruik voor implantaten, zoals pacemakers, heup- en knieprothesen, ooglenzen en hartkleppen. In juni van dit jaar leidde dit tot een daling van de prijzen van implantaten met bijna 40 miljoen euro, een kleine 10% van het totale budget. Het plafondprijsmodel is dus efficiënt en krachtig.
Met het plafondprijsmodel wordt het bestaande systeem van ‘referentieterugbetaling' in het voordeel van de patiënt omgekeerd. Een voorbeeld: het bekende ontstekingsremmend middel Voltaren® kwam in 1973 op de markt en toen het patent van dit ‘origineel' verviel begonnen andere bedrijven de geneesstof te kopiëren in de vorm van ‘generieken'. Wegens de onderlinge concurrentie viel de prijs van generieken onmiddellijk een stuk lager uit dan de prijs van het oorspronkelijk merkproduct. De prijs van het generiek wordt dan "de referentieprijs" voor terugbetaling aan de patiënt. Indien de arts toch een duurder merkproduct voorschrijft draait de patiënt zelf op voor het verschil en betaalt hij/zij een supplement. Voltaren® bijvoorbeeld kost dan driemaal de prijs van het generiek.
Referentieterugbetaling klinkt zuinig, maar is het niet. Artsen en patiënten blijven vaak kiezen voor de dure merkproducten. We weten ook waarom dat zo is. Farmaceutische bedrijven lopen de deuren van de artsen plat om hun nieuwe producten aan de man te brengen. De bevolking van haar kant denkt: je kan voor je gezondheid nooit te veel doen, en duurder is misschien beter?. Een en een maakt twee: de duurste pillen vliegen de deur uit, ook al zijn ze niet beter dan bestaande goedkopere producten. Als gevolg hiervan gaan bijvoorbeeld dure anticonceptiepillen zoals Yasminelle makkelijker over de toonbank dan dezelfde goedkopere producten.
Vandaag, met enkel de referentieterugbetaling als instrument, laat de overheid de patiënten opdraaien voor de meerkost. Gecombineerd met het plafondprijsmodel zullen het de farmabedrijven zijn die onder zware druk gezet worden om hun prijs te verlagen en in de markt te blijven.
Door de concurrerende producenten van een geneesmiddel te confronteren met een stevig Europees prijzendossier zijn prijsdalingen tot 60, 70 en 80% perfect haalbaar.
Het plafondprijsmodel werkt niet voor nieuwe producten, zult u opmerken. Want als er maar één middel op de markt is kun je het niet schrappen wegens te duur. Het gaat vooral om nieuwe medicijnen die nog onder patent zijn. Toch kan volgens ons een gelijkaardige aanpak ook in deze gevallen prijsverlagend werken. Nu sluit de overheid een akkoord met de farmabedrijven over de prijs per verpakking die een nieuw geneesmiddel mag kosten in ons land. Hoe meer een firma dus verkoopt, hoe hoger de winst voor die firma maar hoe hoger de kost voor patiënt en gemeenschap. Dat hoeft niet zo te zijn. Niets is logischer dan zowel de omzet als de prijs op de onderhandelingstafel te leggen als het gaat over de terugbetaling van een nieuw medicijn door de ziekteverzekering. Vanaf het moment dat het bedrijf meer verkoopt dan het vooraf afgesproken aantal pillen moet de prijs naar omlaag. Met zo'n enveloppenfinanciering respecteren we de economische logica waarin farmabedrijven moeten leven en zorgen we voor betaalbaarheid voor de mensen die de geneesmiddelen nodig hebben.
Rekening houdend met de veroudering van de bevolking en de medische vooruitgang is er meer nodig dan wat de regering nu op tafel legt om de betaalbaarheid van geneesmiddelen te garanderen.
(bron: De Morgen van 20 oktober '09)
|