Marleen Temmerman wil in Senaat ethische dossiers aanpakken.
13/01/2012
Tussenkomst
in de Senaat van SP.A fractievoorzitter Marleen Temmerman, naar
aanleiding van het regeerakkoord.
Temmerman
wil werken aan ethische dossiers, werkloosheid, ontwikkelingssamenwerking,
sociale fraude en gezondheidszorg.
Mevrouw Marleen Temmerman (sp.a).
– Het heeft iets surrealistisch om vandaag een debat te houden over een
regeerakkoord dat eergisteren reeds uitvoerig in de Kamer is besproken. De
eerste minister en zijn ploeg kregen zaterdag in de Kamer terecht het
vertrouwen van de meerderheid, iets wat wij in de Senaat niet uitdrukkelijk
moeten overdoen. Het siert de leden van de regering dan ook dat ze toch de
mening van deze eerbiedwaardige instelling willen kennen.
Hoewel in het regeerakkoord de afschaffing van de
Senaat in zijn huidige vorm is afgesproken, zetelen in deze vergadering nogal
wat tenoren die 546 dagen geleden het vertrouwen van tienduizenden kiezers
kregen. Ik denk niet dat zij in afwachting van de hervorming van de Senaat tot
een ontmoetingsplaats van vertegenwoordigers van de deelstaatparlementen, met
hun vingers zullen draaien. Ik hoop althans van niet. Er is immers werk genoeg
aan de winkel, ook voor deze assemblee.
De sp.a‑fractie is tevreden met het langverwachte
en moeizaam tot stand gekomen regeerakkoord. Niet al onze wensen zijn in
vervulling gegaan, maar dat is nu eenmaal eigen aan een compromis waarbij iedereen
water in de wijn moet doen. We hebben vorige woensdag aandachtig naar de
premier geluisterd. We zijn gecharmeerd door zijn aanpak, door zijn boodschap
van solidariteit en door zijn oproep voor gedeelde inspanningen in moeilijke
tijden. Onze landgenoten zijn inderdaad groot in hart en geest en hun ongeduld
en hun vraag naar verandering worden beloond met een evenwichtig en verregaand
regeerakkoord.
Mijn naamgenote en collega‑fractieleider in de
Kamer, Karin Temmerman, heeft vorige donderdag een aantal redenen opgesomd
waarom de sp.a enthousiast en loyaal zal meewerken aan de tenuitvoerlegging van
de afspraken die in het regeerakkoord zijn gemaakt.
Er is vooreerst het institutioneel akkoord met een
correcte staatshervorming, verregaande bevoegdheidsoverdrachten, samenvallende
verkiezingen en eindelijk, een uitgemeten splitsing van Brussel‑Halle‑Vilvoorde.
Daarnaast komt er een nieuwe financieringswet met responsabilisering van de
Gewesten en het belangrijke behoud van de solidariteit in de sociale zekerheid.
Vele mensen hebben reikhalzend uitgekeken naar dit deelakkoord, dat de voorbije
jaren regelmatig als een monster van Loch Ness opdook. Onze vorige
partijvoorzitter, Caroline Gennez, heeft volgens verschillende onderhandelaars
een belangrijke rol gespeeld in het bereiken van dit deelakkoord. Ik breng haar
daarvoor expliciet hulde.
Verder hebben de onderhandelaars nog een veel
belangrijker slag thuisgehaald. Ze hebben de grootste sanering in onze
begroting sinds dertig jaar op papier gezet. Er werd meer dan 11 miljard euro
gevonden, ongeveer een tiende van de federale begroting. Ik wens onze collega’s
in de Kamer veel moed om dit de komende maanden door het parlement te loodsen.
Wie zich door de tabellen worstelt, zal merken dat de middelen werden gevonden zonder
te raken aan de indexering van de lonen, zonder de wettelijke pensioenleeftijd
te verhogen of de leeflonen te verlagen. Er komt geen algemene btw‑verhoging en
er verdwijnen geen honderdduizenden banen in de openbare sector, zoals in Groot‑Brittannië.
Evenmin volgt men de voorbeelden van Nederland, waar de ziekteverzekering en de
kinderopvang duurder worden, de kinderbijslag wordt verlaagd en de zwakste
schouders de zwaarste lasten moeten dragen, of van Portugal, met zijn fors
hogere belastingen en btw, en verlaagde pensioenen en uitkeringen. Dat soort
maatregelen konden bij ons worden vermeden. Er komen wel strenge, maar
rechtvaardige hervormingen in de sociale zekerheid, die rekening houden met de
realiteit van de vergrijzing en de betaalbaarheid van het systeem. De
wachtuitkering voor jongeren wordt pas na twaalf maanden verstrekt en wordt
omgevormd tot een inschakelingsuitkering. Tegelijk zullen de jonge
werkzoekenden zodra ze afstuderen worden begeleid naar een baan, zoals de VDAB
nu al in Vlaanderen doet. Een baan is de zekerste weg naar welvaart en
vooruitgang. De werkloosheidsuitkeringen zullen in een eerste fase worden
verhoogd en daarna stelselmatig worden afgebouwd tot een minimumuitkering. In
tegenstelling tot de intentie van sommige partijen om de uitkeringen op termijn
helemaal af te schaffen, vinden wij dat mensen die wel inspanningen doen, maar
geen werk vinden, niet in de armoede mogen worden geduwd. We verwelkomen de
extra mogelijkheden die de Gewesten bij de bevoegdheidsoverdracht hebben
gekregen op het vlak van de sociale economie. Daarmee komen er dichter bij de
mensen meer mogelijkheden om de moeilijkste groepen werkzoekenden te activeren.
Werkzoekenden aan werk helpen is goed voor de Brusselaars, de Walen, de
Duitstaligen en ook voor de Vlamingen, tot spijt van wie het tegendeel beweert.
Over het terugschroeven van de energiebesparende
maatregelen van de federale overheid is al veel inkt gevloeid. Enige
creativiteit van de feitelijk bevoegde deelregeringen kan daar een antwoord op
zijn. Zo kan de Vlaamse regering nadenken over hoe dit binnen het eigen budget
kan worden gecompenseerd. De sp.a nodigt de andere partijen van de Vlaamse
regering uit hier hun schouders onder te zetten.
Onze fractie zal met volle overtuiging aan de
bereikte akkoorden meewerken. Er zit eten en drinken in voor links en rechts,
zoals de premier zelf liet weten in zijn repliek van zaterdag in de Kamer. We
moeten de mensen dat niet alleen in woorden laten weten, maar ook in daden
laten zien.
In het weekend hebben we de wake‑up call van
het ABVV goed gehoord. Het meldt dat door de nieuwe maatregelen de komende
jaren meer dan twintigduizend mensen hun werkloosheidsvergoeding zullen
verliezen. De vakbonden moeten daarover dringend overleggen met de nieuwe
minister van Werk en de andere sociale partners. Niet alleen onze bevolking,
maar ook onze regering heeft een groot hart en telt meerdere grote geesten. Het
mag niet zo zijn dat mensen in de misère terechtkomen. Ik roep de vakbonden op
om de regeringsgeesten toch even te laten rijpen en mee na te denken over hoe
de plannen uit het sociaaleconomische akkoord in wetten kunnen worden vertaald.
Heeft de eerste minister immers niet uitdrukkelijk
gemeld dat onze burgers oplossingen vragen en geen confrontaties? Dat zal moed
en verantwoordelijkheid vergen, maar ook geduld.
Ik zal de interventies uit de Kamer hier niet
overdoen. Ik heb het debat bijgewoond en van weinig volksvertegenwoordigers
concreet weerwerk gehoord, maar des te meer theater mogen aanschouwen. Zo hoop
ik dat we hier in het parlement eindelijk van een aantal collega’s uit de
oppositie zullen horen hoe ze bijvoorbeeld concreet de grondige besparingen
zien en of die plannen dan inderdaad zo goed zijn voor alle Vlamingen, Walen,
Brusselaars en inwoners van de Oostkantons.
Bespaar ons de kromme metafoor van het konijntje
zonder poten en oren. Grossieren in clichés zal ons land niet door het
moeilijke weer loodsen. Het daadkrachtig en op termijn uitvoeren van de
bereikte akkoorden doet dat wel. Als dat niet volstaat, moeten we bijsturen.
De zes regeringspartijen zetten zeer hoog in op de
aanpak van de sociale fraude. Er zijn inderdaad uitwassen waarvoor we onze ogen
niet langer kunnen sluiten. Wie haalt echt winst uit Oost‑Europese werknemers
die als schijnzelfstandigen feitelijk een slavenbestaan lijden en zwaar
onderbetaald tegen Oost‑Europese lonen moeten werken? Vaak moeten deze mensen
in het weekend, ver weg van hun familie in een vrachtwagen op een parkeerplaats
slapen. Het zijn slachtoffers van een keiharde en doorgedraaide liberalisering.
Wat te denken van jongere en oudere werknemers van
bij ons die via dit malafide systeem niet aan de bak komen als
vrachtwagenchauffeur of van bedrijven die te goeder trouw zijn en over de kop
zijn gegaan omdat ze niet meedoen in een zwendel van nepbedrijven? Dit zal en
moet een prioriteit zijn voor de regering.
Wat te denken over fiscale fraude en creatief
boekhouden om de kantjes op het vlak van intrestaftrek eraf te lopen? Ik wens
de nieuwe ministers van Financiën en van Justitie even creatief personeel om
hier extra miljarden te vinden voor onze volgende begroting.
Zoals de eerste minister het al stelde, is ons land
een modelstaat op het vlak van sociale zekerheid en gezondheidszorg en van
wetenschappelijk onderzoek.
Ons land haalt goede punten op
ontwikkelingssamenwerking. Niet alleen wij parlementsleden, maar ook de mensen
in het Zuiden kijken uit naar een goede, verdere samenwerking om hen uit het
slop van de mondiale crisis te halen.
De wereldwijde financiële en klimatologische
problemen treffen de mensen in ontwikkelingslanden extra hard. Dat bleek
gisteren nogmaals aan het einde van de half mislukte klimaattop in Durban. De
Afrikaanse landen mogen door het halfbakken akkoord uitkijken naar nog meer
jaren van droogte en hongersnood. Ik heb begrepen, en ik heb het daar moeilijk
mee, dat onze regering de middelen voor ontwikkelingssamenwerking wil
bevriezen. Budgettaire krapte zal daaraan niet vreemd zijn, hoewel we ons op
een zucht van 0,7% van het bnp bevinden.
Ik hoop dat we dat streefdoel de komende jaren
alsnog zullen halen. Laat ons er intussen wel voor zorgen dat we de bestaande
goedwerkende initiatieven, zoals ontwikkelingssamenwerking met de
universiteiten, niet overboord gooien. Ik kan de regering urenlang onderhouden
over het concrete nut en het belang van dat soort ontwikkelingsinitiatieven. Ik
bespaar ze dat, maar ik hoop dat ze die initiatieven niet kopje onder laat gaan
in de maalstroom die gepaard gaat met de overdracht van de zogenaamde
usurperende bevoegdheden.
Op het vlak van gezondheid ben ik tevreden met
enkele aanzetten die in het regeerakkoord worden gegeven om bijvoorbeeld de
kostprijs van de geneesmiddelen te temperen. We lezen met veel plezier dat er
een verbeterde versie van het principe van het kiwimodel is opgenomen in het
regeerakkoord. Via de vergelijking van de Belgische geneesmiddelenprijzen met
die uit de ons omringende landen, mogen enkel nog groepen medicijnen op de
markt komen die een prijsplafond niet overschrijden. De sp.a heeft twee jaar geleden
het plafondprijsmodel voorgesteld. Onze fractie zal de voorstellen daarover met
meer dan gewone belangstelling opvolgen. Ook de wil van de overheid om het
abnormaal hoge geneesmiddelenverbruik in de rusthuizen terug te dringen, is een
terechte betrachting, waarvoor echter meer dwingende maatregelen nodig zijn.
Ik ben er zeker van dat de vele collega‑artsen,
over de partijgrenzen heen, achter een moderne, efficiënte en evidence based‑gezondheidszorg
staan, waarbij de patiënt en de eerstelijnsgezondheidszorg centraal staan. Het
zal tijd vergen om dat te bereiken. De enorme tanker van de gezondheidszorg en
van het recht op gezondheid is een gevaarte dat de steven moeizaam kan wenden.
Hervormingen vergen tijd en een vaste, ervaren hand aan het stuur. Ik ben dan
ook meer dan tevreden dat de minister van Volksgezondheid aan het roer blijft,
zodat ze sommige reeds gestarte hervormingen de komende twee‑en‑een half jaar
vlot kan trekken.
De eerste minister heeft in de regeringsverklaring
het heuglijke feit vermeld dat we langer leven. Hij maakte daarbij de bemerking
dat het niet langer houdbaar is om één derde van ons leven te werken en twee
derde door te brengen hetzij als student, hetzij als gepensioneerde. Ik kan die
stelling bijtreden, maar wat we winnen aan levensjaren moeten kwaliteitsvolle
en gezonde jaren zijn. Het is schrijnend dat mensen met een lager inkomen
minder lang en minder lang gezond leven dan mensen met een hoger inkomen. Ik
ben er zeker van dat de regering deze mening deelt.
Laat ons de tijd die ons in de Senaat nog rest
nuttig besteden. Samen kunnen we in de Senaat werken aan complexe
maatschappelijke problemen waar een regering niet altijd direct mee bezig is.
De reflectiekamer, zoals de Senaat ook wordt genoemd, is nuttig om wars van
politieke ideologieën na te denken over zaken die de mensen diep treffen en
bezighouden. Denken we maar aan bio‑ethiek en familierecht, thema’s die in de
Senaat tot belangrijke historische wetten hebben geleid, bijvoorbeeld inzake
zwangerschapsafbreking, euthanasie, orgaandonatie en het homohuwelijk. Ook nu
nog kunnen we, parallel met de belangrijke missie van de regering, nadenken
over bepaalde zaken: euthanasie voor minderjarigen en wilsonbekwamen, het
stopzetten van therapeutische hardnekkigheid, het streven naar een waardig
levenseinde, zowel op het einde van het leven als jammer genoeg soms ook bij
het begin van een mensenleven, het debat over draagmoeders, over cosmetische
chirurgie, enzovoort. Er zijn thema’s genoeg waaraan we in deze assemblee
verder kunnen werken en waarover we kunnen nadenken.
Ik ben er zeker van dat we hier wel nog het
verschil kunnen maken. Ik richt mij in het bijzonder tot onze voorzitster, die
tot een partij behoort waar de vrouwen melden dat ze er bij de regeringsvorming
een beetje bekaaid afkomen. Vrees niet, wij zullen er samen met u en de rest
van de vrouwelijke en – waarom niet – ook mannelijke collegae voor zorgen
dat de Senaat niet uitdooft. We hebben echt wel meer in onze mars dan
gendergerelateerde items. We gaan de komende jaren nog voor vuurwerk zorgen in
deze vergadering en in de commissies. We zullen dit doen door hard te werken.
De eerste minister en de leden van de regering
mogen nogmaals op onze fractie rekenen om hun voorstellen die de welvaartsstaat
in ons land overeind houden, met vuur te verdedigen. Ze moeten ze dan wel af en
toe laten overzenden naar Kamer en Senaat voor bespreking. Wij zijn namelijk
trots op hen en wij geloven met hen in het menselijk kapitaal en wij delen,
ondanks de huidige internationale problemen, hun optimistische toekomstvisie.
Wij denken dat de eerste minister en zijn ploeg de beste garantie bieden om er
te geraken.
Tot slot: ook ik heb Latijn en Grieks geleerd, maar
ik heb geen behoefte om dat in mijn interventies te etaleren. Daarom eindig ik met
een uitspraak van de Nederlandse dichter C. Buddingh’: ‘Je moet niet
beginnen met elkaar te begrijpen. Je moet eindigen met elkaar te begrijpen’.
Bron: Senaat, plenaire vergadering, Handelingen, 12 december
2011