Advertisement
   Doorzoek de site
   
1: Home2: gynaecologe & prof3: Politica4: Auteur5: ICRH6: Marleen7: Agenda8: Contact9: Nieuwsbrief

Mondiaal recht op basisgezondheid haalbaar Afdrukken E-mail
10/06/2010
koortsmo.jpgIs het streven naar een toegankelijke gezondheidszorg overal ter wereld een utoptische gedachte? Is het pad daar naartoe geplaveid met praktische, financiële, politieke en institutionele bezwaren? Marleen Temmerman doet enkele concrete voorstellen in de reeks 'Koorts!' op de website van MO*Magazine.

Om een mondiaal recht op basisgezondheidszorg te realiseren is het van belang dat we de grootste verantwoordelijkheid van de toegang tot basisgezondheidszorg leggen bij de overheden zelf.

Dat kan best zijn, maar volgens mij wordt het tijd om het idee voor een mondiale gezondheidszorg weg te halen uit de theoretische pleidooien. We moeten dit nu op de sporen zetten. Gezondheid is namelijk een mensenrecht. Ik zie niemand die dit contesteert. Dit recht omvat niet enkel gezondheidszorg maar ook indirecte vormen van gezondheid zoals de toegang tot proper water en sanitaire voorzieningen, degelijke huisvesting, voeding enzovoort. De toegang tot basisgezondheidszorg blijkt een essentiële voorwaarde om dit recht te realiseren.

Kostprijs

En wat moet dat kosten, nu de financiële crisis de nationale overheden in het defensief dwingt en hulp voor het Zuiden daardoor onder druk komt? Ik kan daar cynisch op reageren door te stellen dat een gezonde mens minder kost dan een zieke en dat hij ook meer opbrengt... Maar ik verwijs liever naar de Wereldgezondheidsorganisatie. Die heeft berekend dat basisgezondheidszorg minimum 38USD kost per inwoner per jaar. Als we daarbij in het achterhoofd houden dat de oorlog in Irak de Amerikaanse bevolking reeds gemiddeld 272,8 USD per persoon per jaar heeft gekost, lijkt 38USD peanuts. Toch blijkt in de praktijk dat de Minst Ontwikkelde landen bijna hun volledige overheidsinkomsten aan gezondheid zouden moeten spenderen om aan dit bedrag te komen. Het gaat dus niet lukken zonder hulp uit het Westen.

Om een mondiaal recht op basisgezondheidszorg te realiseren is het van belang dat we de grootste verantwoordelijkheid van de toegang tot basisgezondheidszorg leggen bij de overheden zelf. Staten hebben immers de plicht om er op toe te zien dat elke burger van zijn recht op gezondheid kan genieten. Daartoe moeten zij eerst hun financiën op orde krijgen. Dat is bij ons niet anders. We moeten daarom bij de overheden in de ontwikkelingslanden bepleiten dat zij hun eigen inkomsten moeten optrekken tot minimum 20% van hun BNP. Dit kan natuurlijk niet zomaar. Landen in het Zuiden moeten gesteund worden door donorlanden om hun belastingsystemen en -administratie  te versterken en de belastingen volgens een eerlijke en progressieve manier te spreiden over de bevolking. Van die eigen inkomsten zouden zij minimum 15% aan gezondheidszorg moeten besteden.

Toch kunnen we, wat de zogenaamde ‘Minst Ontwikkelde Landen' betreft, niet verwachten dat 15% van hun inkomsten besteed aan gezondheidszorg ook zou volstaan. Deze landen zijn gewoon te arm, en moeten kunnen rekenen op buitenlandse hulp. Zoals beschreven in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten zijn landen verplicht tot wederzijdse bijstand wanneer een ander land niet kan instaan voor de meest wezenlijke verplichtingen tegenover hun inwoners. De toegang tot basisgezondheidszorg is een wezenlijke verplichting. Donorlanden moeten bijspringen om deze landen te helpen met het realiseren van het recht op gezondheid en dit zo lang als nodig.

Ontwikkelingshulp vertaalt zich vaak in korte termijn engagementen. Als we toegang tot basisgezondheidszorg willen verbeteren is er nood aan duurzame samenwerking op veel langere termijn. Enkel dan kan voldoende geïnvesteerd worden in betaalbare geneesmiddelen, leefbare lonen en een betere opleiding van gezondheidspersoneel en in de uitbouw van een goede gezondheidsinfrastructuur. Dit zijn essentiële voorwaarden voor de organisatie van het recht op basisgezondheid.

Om op lange termijn de hulp te verzekeren is het noodzakelijk dat alle donorlanden hun buitenlandse hulp voor gezondheid samenbrengen in een gemeenschappelijk fonds. Via een bundeling van de financiële inspanningen kan een eventuele plotse terugval van een bijdrage van één land worden opgevangen door een verhoogde inspanning van een ander land.

Global Fund uitbreiden

Een perfect voorbeeld hiervoor is het "Global Fund to Fight Aids, Turberculosis and Malaria". Dit fonds verzamelt alle donaties voor HIV/AIDS, tuberculose en malaria in ontwikkelingslanden. Indien we dit fonds zouden uitbreiden naar een Wereldgezondheidsfonds, waarbij basisgezondheid op dezelfde manier wordt verzekerd door donorlanden, zouden we in staat zijn om snel resultaat te boeken om van het recht op gezondheid ook effectief voor iedereen een mensenrecht te maken.

In de Senaat werd mijn voorstel voor zo'n wereldgezondheidsfonds unaniem goedgekeurd en doorgezonden naar de Minister, zonder reactie. Zelfs na het pleidooi van de internationaal gelauwerde Mary Robinson, voormalig Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, en Jeffrey Sachs, Amerikaans ontwikkelingseconoom, voor dit idee bleef het ijzig stil op het kabinet ontwikkelingssamenwerking. Erop aandringen dat ontwikkelingslanden 15% van hun inkomsten aan gezondheid zouden besteden, dat deed de Minister graag, maar 15% van onze hulp richten op het recht op gezondheid, dat kon niet. 

We moeten er over waken dat de nieuwe regering uit daadwerkelijk op de internationale tafel slaat om dit fonds van de grond te krijgen. We staan immers aan de vooravond van een belangrijk moment: in september worden de Millenniumdoelstellingen herzien. Het is ontstellend te constateren dat vooral de gezondheidsdoelstellingen slecht scoren. De doelstellingen MDG 4 (verminderen van kindersterfte), MDG 5 (verbeteren van de gezondheid van moeders) en MDG 6 (terugdringen van HIV/AIDS, malaria en andere ziektes) gaan op vele plaatsen achteruit in plaats van vooruit. De volgende Minister van Ontwikkelingssamenwerking moet deze drie MDG's én het voorstel inzake de creatie van een wereldgezondheidsfonds tijdens het EU-voorzitterschap vooraan de agenda brengen.

Er is leven na de verkiezingen en de spoedige oplossing voor BHV. Misschien hebben we dan een Minister van Ontwikkelingssamenwerking die werk wil maken van het idee waarbij het leven van vele mensen in het zuiden draaglijker wordt. Ik hoop op een minister die potten zal breken, iemand die het tijdelijk EU-Voorzitterschap zal gebruiken om tijdens de MDG-evaluatie in september in New York het Belgische Senaatsvoorstel voor wereldsgezondheidsfonds als breekijzer zal lanceren  om de negatieve grafieken van de Millenniumdoelstellingen inzake gezondheid tegen 2015 ten goede om te buigen. De inspanningen inzake AIDS hebben aangetoond dat een verloren geachte doelstelling toch plots haalbaar wordt. Als het kan voor één gezondheidsitem, dan moet het ook haalbaar zijn voor alle anderen.

Marleen Temmerman is sinds 2007 senator voor sp.a. Ze combineert haar politieke carrière met gewoon hoogleraarschap in de verloskunde aan de Universiteit Gent en de functie hoofd van de afdeling verloskunde in het Universitair Ziekenhuis Gent. Ze is tevens directrice van het International Center For Reproductive Health (ICRH).

 

Zie ook http://www.mo.be/index.php?id=444 voor andere bijdragen over mondiale gezondheidszorg door o.a. Gorik Ooms en Wim De Ceukelaire.

< Vorige   Volgende >



Bookmark and Share

1: Home / 2: gynaecologe & prof / 3: Politica / 4: Auteur / 5: ICRH / 6: Marleen / 7: Agenda / 8: Contact / 9: Nieuwsbrief