Aan de vooravond van het Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting vraagt sp.a-senator Marleen Temmerman zich af waarom er twee jaar na de invoering van het OMNIO-statuut nog maar amper een kwart van de rechthebbenden gebruik van maken. "Waarom stuurt Financiën niet meteen een OMNIO-attest mee naar de rechthebbenden bij de verrekening van hun personenbelasting"?
De regering schrijft de automatische toekenning jaarlijks in beleidsplannen, maar in de praktijk stokt dit voornemen steevast omwille van technische problemen en privacyredenen. Temmerman heeft een suggestie klaar om dit probleem aan te pakken: "Waarom stuurt Financiën niet meteen een OMNIO-attest mee naar de rechthebbenden bij de verrekening van hun personenbelasting. Zo kunnen 100% van de rechthebbenden goedkopere gezondheidszorgen kunnen krijgen en niet 25% zoals nu".
Eerder deze week werd het laatste tweejaarlijkse rapport over de armoedebestrijding voorgesteld in aanwezigheid van onze premier en de staatssecretaris voor armoedebestrijding. Een opvallende conclusie uit het rapport was er inzake het OMNIO-statuut in de ziekteverzekering, waardoor een ruimere groep mensen met een laag inkomen aanspraak kan maken op goedkope curatieve gezondheidzorg. Vandaag blijkt dat amper een kwart van de rechthebbenden gebruikt maakt van dat OMNIO-statuut. Dat is ontstellend weinig. Het rapport stelt dat het statuut te ingewikkeld is, zelf voor sociale assistenten en maatschappelijke werkers.
Door het OMNIO-statuut kunnen bepaalde patiënten genieten van o.a. een verlaging van het remgeld tijdens een bezoek aan de huisarts, dat is volgens de meest actuele cijfers (15/12/2009) 0,99 in plaats van 3,85 euro. Bij een hospitalisatie betalen personen die het Omnio-statuut krijgen, sinds 2007 geen supplementen meer voor een tweepersoonskamer.
Al jaren wordt gezocht naar manieren om het OMNIO-statuut automatisch toe te kennen aan de rechthebbenden. Omwille van privacyredenen en andere technische problemen geraakt de automatische toekenning niet van de grond. De mutualiteiten, die een centrale rol spelen bij de toekenning van het statuut, geraken niet aan de gegevens van de fiscus en de kruispuntbank. OMNIO baseert zich op de inkomens van vorig jaar: de professionele inkomsten, inkomsten van roerende en onroerende goederen (het kadastraal inkomen), vervangingsinkomens (werklozenuitkering, ziektevergoeding...) en alle andere inkomsten van Belgische of vreemde origine.
In de praktijk moeten de rechthebbenden zich met deze inkomensgegevens aanbieden bij de mutualiteit die bekijkt of ze al dan niet in aanmerking komen voor het OMNIO-statuut. Daarna kan dit ook aangebracht worden op de SIS-kaart. Het is een hele rompslomp om al deze gegevens te achterhalen.
Een heleboel parlementairen vraagt al lang aan minister Onkelinx om de obstakels op te ruimen voor de automatische toekenning van het statuut. Het armoederapport spreekt immers nu al over OMNIO als een inefficiënte armoedemaatregel. De minister antwoordt steevast dat er geen politieke obstakels meer zijn voor de automatische toekenning, maar dat er enkel de hierboven geschetste technische problemen waren. Temmerman besluit: "Kan de minister aan de armoedeorganisaties geen blijde kerstboodschap brengen en melden dat ze een taskforce zal opzetten om de automatische toekenning zo spoedig mogelijk te regelen, zodat niet 25% maar 100% van de rechthebbenden het OMNIO-statuut kunnen genieten?"
https://www.socialsecurity.be/CMS/nl/citizen/displayThema/health/SANTH_4/SANTH_4_5.xml
http://www.socmut.be/SocMut/FAQ/Mutualiteitstermen/OMNIO/
|