Advertisement
   Doorzoek de site
   

1: Home2: gynaecologe & prof3: Politica4: Auteur5: ICRH6: Marleen7: Agenda9: Contact10: Nieuwsbrief

Wij westerlingen jagen ons te veel op over banaliteiten Afdrukken E-mail
01/10/2009
temmerman_marleen_web.jpgGynaecologe en sp.a-senator Marleen Temmerman praatte de voorbije zomer honderduit met journalist Koen Vidal van De Morgen. Ze had het over haar genezen keelkanker, over Kenia en Rwanda, bevallen in Afrika en bij ons, haar werk in de Senaat, het belang van Obama voor het beleid inzake seksuele gezondheid en aids in Afrika, het herstellen van maagdenvlies... klik onder de foto om het hele artikel te lezen. Als uitsmijter geeft Marleen Temmerman ook nog haar favoriete vakantieliteratuur mee.  

Marleen Temmerman heeft een bewogen levensjaar achter de rug. Enkele maanden geleden vocht ze nog tegen kanker en nu wordt ze uitgeroepen tot de verdienstelijkste gynaecologe ter wereld. De dieptepunten en de wederopstanding beleefde ze met de levenswijsheid van een Afrikaanse vrouw. 'Ik heb gemerkt dat Afrikaanse vrouwen tegenslagen beter kunnen verwerken. Ze staan meer met hun beide voeten in de rauwe realiteit.' Door Koen Vidal / FOTO'S JONAS LAMPENS

Marleen Temmerman (56) geeft het meteen toe: het Universitair Ziekenhuis van Gent is niet de plaats waar ze voor deze zomerreeks het liefst geïnterviewd zou worden. Hoewel het voor beide partijen onhaalbaar was, had Temmerman dit gesprek het liefst laten plaatsvinden in Kenia, haar tweede vaderland waar ze in de jaren tachtig samen met haar man Lou en zoon Bram de gelukkigste tijd van haar leven doorbracht. Wat na de Keniaanse periode volgde, was nochtans ook niet mis: diensthoofd van de vrouwenkliniek van het UZ Gent, hoogleraar, auteur, senator voor sp.a en directeur van het eigenhandig opgebouwde International Centre for Reproductive Health, een ngo die wereldwijd ijvert voor een betere seksuele gezondheid en die de strijd aangaat tegen aids. Ter bekroning van dat alles kreeg ze deze week het bericht van de Internationale Federatie van Gynaecologen en Verloskundigen (FIGO) dat ze zal worden uitgeroepen tot de verdienstelijkste gynaecologe ter wereld (DM 17/7).

"Voor een groot stuk begint dit verhaal in Kenia", vertelt ze over de roots van haar missie en het land dat ze blijft beminnen. "Waarom ik daar zo gelukkig was? Het was de combinatie van werk en familie die zeer goed zat in Kenia. Professioneel was het een zeer bevredigende periode. Ik had voortdurend het gevoel dat ik met iets zinvols bezig was. Tegelijk was de kwaliteit van het leven er hoog. Ik voelde me daar goed. Ik leef ook graag onder Afrikanen. Niet dat ik Afrika wil verheerlijken: leven in een land als Kenia heeft ook zijn nadelen, zeker in die tijd. De communicatiemogelijkheden met België waren zeer beperkt. Europa en Afrika lagen toen veel verder uit elkaar dan nu. Mijn vader stuurde iedere week een pakketje kranten, Het Volk. Hij pakte die kranten in met bruin papier en een touwtje. De sportpagina's stuurde hij niet mee, maar hij voegde er wel handgeschreven brieven aan toe. Wat keken wij toen uit naar dat bruine pakket met nieuws uit België! Dat die gazetten al twee, drie weken oud waren, deed er niet toe.

"Nu heb je in Afrika internet en gsm's, maar toen wij daar woonden, bestond dat allemaal nog niet. Ook helemaal anders was dat er in Kenia weinig westerse voedingswaren verkrijgbaar waren.Tegenwoordig heb je daar grote supermarkten, maar in de jaren tachtig was de keuze heel beperkt. Ik herinner me nog dat we ons ter gelegenheid van nieuwjaar een dure uitspatting veroorloofden: een potje Philadelphiakaas en enkele plakjes ham. Maar zelfs van zulke beperkingen vond ik dat ze het leven interessant maakten. De Afrikaanse manier van leven spreekt me nog altijd aan: het relativeren van dingen die uiteindelijk niet zo belangrijk zijn. Wij westerlingen jagen ons te veel op over onbenulligheden."

Waaruit bestaat volgens u die Afrikaanse kunst om te relativeren?

"Wij hebben het zeer moeilijk om tegenslagen of imperfecties te aanvaarden, zeker de vrouwen. In onze samenleving moet alles perfect gepland zijn. We studeren en daarna moeten we zo snel mogelijk een job vinden. En als we die job hebben, moeten we een huis kopen en daarna moeten we zo snel mogelijk zwanger raken, het liefst binnen de drie maanden nadat we gestopt zijn met de pil. En zodra we dat kind hebben, beginnen we te streven naar een perfect evenwicht tussen kerngezond en slim kind, boeiende job, kraaknet huis en modelpartner. Als er tijdens dat parcours iets fout loopt, worden we doodongelukkig: problemen om zwanger te raken, een ontslag, een echtscheiding, een miskraam.

"Ik heb gemerkt dat Afrikaanse vrouwen tegenslagen beter kunnen verwerken. Begrijp me niet verkeerd: het is niet zo dat zij een miskraam niet erg vinden. Maar ze staan meer met hun beide voeten in de rauwe realiteit van het dagelijks leven. Bovendien groeien ze veel meer op in een hechte gemeenschap. Zo'n Afrikaans dorp kent een groot wij-gevoel. Er is veel menselijk contact, waardoor informatie en levenskennis heel direct worden uitgewisseld."

Kun je zeggen dat Afrikaanse vrouwen daardoor beter geïnformeerd zijn over zwangerschappen dan westerse vrouwen, die toegang hebben tot internet, tijdschriften en boeken?

"Ik vind van wel. Als een Afrikaanse vrouw een miskraam heeft, dan wordt die ervaring gedeeld met veel mensen: de familie, het dorp, de wijk. De gemeenschap leeft mee met die vrouw en zoekt mee naar antwoorden: had die miskraam een oorzaak, hoe kunnen we die vrouw het beste steunen? Onder Afrikaanse vrouwen wordt veel over kinderen gesproken. Dat maakt dat zij veel kennis hebben over zwangerschappen en opvoeden. Bij ons is dat veel minder. Wij leven steeds meer geïsoleerd. Zussen of buurvrouwen wisselen hun ervaringen niet meer uit. Om het gebrek aan menselijk contact te compenseren, lezen we boekskes en surfen we op het internet. We denken dat we goed geïnformeerd zijn, maar wat ontbreekt, is de kennis die voortkomt uit het 'zelf voelen', het 'zelf zien'.

"Bovendien is in onze kennismaatschappij het aanbod van zwangerschapsliteratuur dermate groot dat we verloren lopen. Een zwangere vrouw heeft de grootste moeite om het kaf van het koren te scheiden en begint te panikeren. De geboorte van een kind behoort steeds meer tot het onbekende, en dat zorgt voor angst. Maar als je in een Afrikaanse dorpsgemeenschap woont, is dat helemaal anders. Bijna wekelijks bevallen daar vrouwen en het hele dorp leeft mee. Een Afrikaans kind leert al snel dat de meeste bevallingen goed verlopen en dat het af en toe kan fout lopen. Dat is een veel realistischer én geruststellender beeld dan dat van vele westerlingen.

"Wij zien het niet meer hé: zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, vrouwen die hun kind verzorgen. Alles gebeurt achter een gevel en in de geïsoleerde cocon van het koppel. In Afrika behoren al die zaken op een natuurlijke manier tot het dagelijkse leven."

Verklaart dat wij-gevoel ook waarom u zich in Kenia zo goed voelde?

"Absoluut. Je hebt veel meer het gevoel dat je in het midden van het leven staat. Menselijke contacten zijn intens en draaien rond de belangrijke zaken des levens. Het is heel bijzonder om daar op te groeien. Van heel vroeg is een Afrikaans kind het gewend veel mensen rond zich te hebben. In Kenia zeggen ze altijd: it takes two to make a child, but a village to raise a child."

Voor een kind moet dat een groot verschil zijn.

"Enorm. De meeste Afrikanen kennen niet enkel hun ouders maar ook hun ooms en tantes heel goed. In Kenia vertrok één van onze verpleegsters met een studiebeurs naar Engeland. Haar kinderen, een meisje van twee en een baby, liet ze achter bij haar zus. 'Ik zou dat niet kunnen', zei ik tegen haar. Ze vertelde me dat zij haar kinderen enorm zou missen, maar dat ze niet ongerust was over hun welzijn. 'Mijn zus zal goed voor hen zorgen', zei ze. Afrikanen hebben een sterke ouder-kindband, maar zijn minder krampachtig om hun kinderen in handen van familie te geven.

"Bij ons was dat vroeger ook zo. Maar nu voelen we ons al schuldig als we een dag niet op onze kinderen kunnen letten. Dat heeft ook te maken met wat ik daarnet zei: we zijn op zoek naar een boeiend leven met een fantastische job en willen ook nog te allen tijde klaarstaan voor onze kinderen. In Afrika verloopt dat natuurlijker."

Is ons streven naar het volmaakte en veeleisende evenwicht niet vooral een bron van veel ongeluk?

"Absoluut. Wij zijn zodanig perfectionistisch dat we er ongelukkig van worden. Zeker vrouwen van mijn generatie en jongere generaties. Wij zijn opgevoed met het idee dat we van alles moeten realiseren: we moeten het goed doen op school, moeten een goede echtgenote zijn, een goede moeder, het huis moet mooi en proper zijn. Zo loop je jezelf natuurlijk voortdurend voorbij. In mijn omgeving zijn er nogal wat vrouwen die een veeleisende medische studie achter de rug hebben en hard knokken om carrière te maken. Ze willen zich specialiseren, kloppen veel uren, willen doctoreren

Wat gebeurt er met een vrouw die afhaakt?

"Meestal leven ze verder alsof er niets aan de hand is, ze geven hun job niet op en blijven ook in hun privéleven streven naar de perfectie. Ze proberen alles te combineren. Toch haken ze af. Mentaal. Vaak onbewust. Zij plegen roofbouw op zichzelf. Burn-out. Depressie. Zo gaat het leven natuurlijk snel voorbij. Tegen zulke vrouwen zeg ik regelmatig: 'Maak je toch niet te veel zorgen over de ongestreken was. Neem tijd voor jezelf.'"

Zegt Marleen Temmerman, die naast echtgenote en moeder ook nog gynaecologe

"Ik ben natuurlijk al ietsje ouder. Vroeger, toen mijn zoon kleiner was, spendeerde ik meer tijd met mijn gezin. Nu leven mijn man en ik op verschillende continenten: ik in België en Lou in Kenia. Mijn geluk is dat ik samenwerk met schitterende mensen, waardoor ik veel werk kan delegeren. Maar ik geef toe: je krijgt al die activiteiten niet gecombineerd zonder een beetje roofbouw op jezelf te plegen. Ik ben niet beter dan al die andere vrouwen, hé."

Er zijn nogal wat aanwijzingen dat u geen 'neen' kunt zeggen.

"Dat is inderdaad mijn zwakke punt. Ik ben dat aan het leren. Het probleem is dat ik zoveel zaken interessant vind. Ik doe mijn werk aan het UZ en op de universiteit erg graag, ik geef ook graag les, de projecten in het buitenland zijn mijn passie en politiek vind ik ook boeiend. Maar het klopt dat een mens keuzes moet maken. Ik heb al veel dingen afgebouwd. Het feit dat ik vorig jaar een fysische waarschuwing heb gekregen, maakt dat ik tegenwoordig maximaal één avondlezing per week aanvaard. Vroeger waren dat er drie à vier per week. Dat was wat te veel van het goede."

Met die fysische waarschuwing bedoelt u de kanker aan de stembanden die u enkele maanden geveld heeft. Hoe heeft die ziekte uw leven veranderd?

"Ik heb mij voorgenomen om mijn levensritme in toom te houden. Niet meer werken tot één uur 's nachts en dan om vijf uur opstaan. Ik neem meer vrije tijd, lees meer boeken, neem meer weekends vrijaf. Maar ik werk nog veel omdat ik mijn werk zo graag doe. Ik heb zelden het gevoel dat ik echt aan het werken ben."

Was de kanker levensbedreigend

"Wel, ik was er op tijd bij. Had ik het langer laten aanslepen, dan had ik veel meer problemen gehad, had ik waarschijnlijk nooit meer op een normale manier kunnen praten. Dan hadden ze mijn stembanden moeten wegnemen en had ik zo'n kunstmatige stemmachine nodig gehad. Ik had nog wel geleefd, maar op een totaal andere manier. Lesgeven, consultaties, lezingen, politieke debatten: dat was niet meer mogelijk geweest. Het einde van mijn professionele loopbaan, eigenlijk."

U woont in Europa en uw man in Kenia: hoe managen jullie die transcontinentale latrelatie?

"We reizen allebei veel en de deal is dat we afspreken telkens als we ons in een straal van 500 kilometer van elkaar bevinden. Nu is Lou vijf weken in België en de vorige keer dat we elkaar zagen, was twee maanden geleden, toen ik een congres had in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Daarna hebben we samen een weekje doorgebracht in Mombassa. Twee maanden is wel het maximum, langer kunnen we elkaar niet missen. Telkens als we die termijn overschrijden, begint het te knagen en wordt het tijd om af te spreken. Binnenkort vertrekt Lou opnieuw naar Mombassa. Ik zal hem eind augustus vervoegen omdat ik voor onze internationale projecten naar Kenia moet.

"We hebben het goed gepland. In oktober moet ik naar Zuid-Afrika omdat ik daar de FIGO-prijs krijg van verdienstelijkste gynaecologe. Het is vanzelfsprekend dat ik dat met Lou wil delen. Leuk is dat mijn zoon Bram dan misschien ook in Zuid-Afrika zal zijn. Hij wil daar gaan studeren. Net als Lou woont hij momenteel in Kenia. In Zuid-Afrika zullen Lou en ik opnieuw een weekje samen zijn en daarna komen de kerstdagen eraan en zien we elkaar opnieuw. En in tussentijd skypen en e-mailen we.

"Eigenlijk is dat best te doen, hoor. Het is niet zo dat we vijf jaar geleden beslist hebben om een latrelatie te beginnen. Die situatie is gewoon voortgevloeid uit onze gemeenschappelijke missie. Dit soort relatie is natuurlijk eenvoudiger omdat Lou en ik voor hetzelfde doel werken. Professioneel vullen we elkaar goed aan. Bovendien kennen we elkaar al een hele tijd. We zijn samen sinds 1978 en zijn getrouwd in 1987. Onze relatie is met andere woorden stabiel en duurzaam. Natuurlijk: toen ik ziek was, is Lou wel voor een half jaar naar België gekomen. Die storm hebben we samen getrotseerd. Toen had ik hem echt nodig. Ik kon bijna niet meer eten. Lou had een mixer gekocht en maakte voortdurend fruitpapjes en soepjes voor mij. In die periode was het ook via hem dat ik met de buitenwereld communiceerde. Lou deed mijn telefoongesprekken, als een soort woordvoerder."

U bent nu twee jaar senator. Voelt een 'doener' als u zich wel thuis in de reflectiekamer waarvan het nut regelmatig in vraag wordt gesteld?

"Ik denk dat de politiek baat heeft bij mensen die geen beroepspoliticus zijn, maar die iets meebrengen uit een andere professionele wereld. Ik heb mij altijd de vraag gesteld: hoe doen die beroepspolitici dat toch? Op een bepaald moment zijn ze minister van Arbeid, de dag daarna minister van Economie en twee dagen later minister in een deelstaatregering. Dat lijkt me niet vanzelfsprekend. Een beetje technische achtergrond is toch niet slecht, denk ik dan altijd. Akkoord, in de meeste gevallen wordt zo'n beroepspoliticus omringd door mensen met technische kennis. Maar een goede combinatie van beroepspolitici en gespecialiseerde politici lijkt mij het beste. Het is in ieder geval niet mijn ambitie om mij met zaken bezig te houden waarvan ik weinig of niets weet. Ik heb met de mensen van sp.a afgesproken dat ik geen uitspraken hoef te doen over de staatshervorming. Maar op het vlak van gezondheidszorg, ethische kwesties en ontwikkelingssamenwerking ga ik wel voluit."

Koestert u de ambitie om ooit minister van Volksgezondheid of Ontwikkelingssamenwerking te worden?

"Als ik mag kiezen: ontwikkelingssamenwerking. (lacht) Maar sp.a zit niet in de federale regering. De keuze stelt zich niet."

Trekt een ministerpost u aan?

"Goh. Ontwikkelingssamenwerking, volksgezondheid, minister... Ik weet het niet. Weet je, een Senaatszetel is combineerbaar met mijn werk in het UZ en mijn projecten in het buitenland. Ik werk drie dagen in Gent en twee dagen in de Senaat. Maar stel nu dat ik een ander politiek ambt zou aanvaarden, Europees parlementslid of een ministerschap. Dat zou veel moeilijker liggen omdat ik dan mijn werk op het UZ en op de unief zou moeten laten vallen. Dat zou ik heel jammer vinden."

Zou u dan toch de pijnlijke beslissing nemen om minister te worden?

"Ik zou het daar zeer moeilijk mee hebben. Ik zeg niet op voorhand 'neen', hé. Je zult me niet horen zeggen dat ik nooit minister wil worden."

"Maar het is niet echt mijn ambitie, omdat ik nog altijd erg graag met patiënten omga. Neen, ik ben niet in de politiek gestapt om minister te worden. Ik ben best tevreden in de Senaat. Ik ben daar voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken, en dat vind ik bijzonder interessant. Daar voel ik me als een vis in het water omdat die commissie zich vooral bezighoudt met ontwikkelingssamenwerking. Ook op het vlak van seksuele en reproductieve gezondheid wil ik als politicus bakens verzetten: in de aanloop van het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie in 2010 bereiden we enkele maatregelen voor. Zeker in een Europa dat conservatiever wordt, lijkt me dat geen overbodige luxe."

Inzake seksuele gezondheid en aids hebt u tijdens de Bushjaren een zware strijd moeten leveren. Gedurende acht jaar bevroren de VS hun budgetlijnen voor alles wat met condooms en familieplanning te maken had. Hoe hebt u die periode overleefd?

"Dat was een erg moeilijke tijd. In Kenia werd onze organsiatie onder druk gezet om bij aidspreventie steeds minder de nadruk te leggen op condooms. Onthouding en partnertrouw, daarover mochten we het hebben. Maar over condooms moesten we zwijgen. USAID, de Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie, stelde steeds vreemdere eisen aan de financiering van onze projecten. Zo moesten we een verklaring ondertekenen waarin we beloofden dat we ons niet meer met prostituees

"Wij stonden voor een dilemma: toegeven of onze financiering verliezen. We hebben die voorwaarden nooit willen ondertekenen. Na moeilijke discussies hebben we een werkbaar compromis gevonden. De Bushpolitiek inzake reproductieve gezondheid en aidsbestrijding heeft de problemen niet opgelost, maar vergroot. In landen als Kenia zag je het aantal ongewenste zwangerschappen, de illegale abortussen en de moedersterfte zienderogen toenemen.

"Gelukkig vaart Obama een totaal andere koers. Al op dag drie van zijn ambtstermijn schafte hij de zogenaamde global gag rule af, die verbiedt om Amerikaans ontwikkelingsgeld te gebruiken voor projecten rond seksuele en reproductieve gezondheid. Onder meer daarom ben ik een enorme fan van Obama. Nu moeten we het Vaticaan nog meekrijgen, en andere religies die de autonomie van de mensen beperken."

De meeste arme landen zullen de komende jaren een bevolkingsexplosie kennen die elke vorm van ontwikkeling dreigt te ondermijnen. Tegen 2050 zijn we op deze aarde met 9 miljard. Waarom is het thema geboortebeperking nog altijd zo'n wereldwijd taboe?

"Die cijfers over de bevolkingsaangroei zijn inderdaad hallucinant. Vooral voor zwart Afrika. Ook de stilte over dat thema is hallucinant. Terwijl het voor mij vaststaat: hét grote thema voor de toekomst van deze planeet is geboortecontrole. Die discussie moet omzichtig gevoerd worden. Het is niet de bedoeling dat westerlingen een streng geboortebeperkingsprogramma à la China gaan opleggen. Maar als Afrikaanse landen zélf aan familieplanning doen, moeten wij dat voluit ondersteunen.

"Zo startte de voormalige Rwandese Gezondheidsminister een programma waarbij vrouwen aangemoedigd worden om maximaal drie kinderen te krijgen. Niet eenvoudig in een katholiek land waar vrouwen gemiddeld zeven à acht kinderen hebben. Ik vind dat een schitterend programma. Als president Kagame en zijn ploeg in die richting gaan, moeten wij hen daarbij steunen. Maar in de beleidsnota van Ontwikkelingsminister Charles Michel komt het thema familieplanning amper aan bod. Over geboortebeperking wordt met geen woord gerept. Zelfs in Congo, toch wel een land dat we qua gezondheidsstructuur goed kennen, heeft België op dit vlak geen enkele ambitie meer. Erger nog: Charles Michel wil zich niet meer bezighouden met gezondheidszorg en laat ons ontwikkelingsgeld naar grote infrastructuurwerken vloeien. Onbegrijpelijk. Gezondheidszorg was onze grote specialiteit in Congo en nu gaan we daar net als China wegen bouwen. Michel heeft dat beslist zonder overleg met parlementariërs of experts. Onverantwoord. Onethisch."

Als gynaecologe krijgt u regelmatig allochtone vrouwen over de vloer. Hoe staan zij tegenover seksualiteit en geboortebeperking?

"Het blijft een zeer moeilijk en delicaat onderwerp, ook bij vrouwen die hier wonen en hier zijn opgegroeid. Over het huwelijk bijvoorbeeld bestaan nog altijd erg conservatieve ideeën. Voor allochtone meisjes ligt de magische grens op vierentwintig jaar. Tegen die leeftijd moeten ze getrouwd zijn en aan kinderen beginnen. Vaak moeten ze huwen met een jongen die door de ouders is gekozen en die ze nog nooit hebben ontmoet.

"Vorige week heb ik hier nog een jonge vrouw van Pakistaanse origine over de vloer gehad: goed opgeleid, perfect Nederlandstalig. Ze kwam voor een herstel van het maagdenvlies. Ze vertelde me dat ze enkele jaren een lief had gehad,maar dat ze binnenkort ging trouwen met een andere man die ze nog nooit had gezien. 'Iemand die net als ik van Pakistaanse origine is', vertelde ze me. 'Hij behoort tot dezelfde sociale groep als mijn familie en is net als ik gelovig.' Ik vroeg haar of ze gelukkig was met die situatie en het antwoord was: 'Ja, natuurlijk.' Ze zei dat ze een periode in haar leven had afgesloten. 'Ik heb mijn vroegere lief heel graag gezien, maar nu is het tijd om aan de serieuze dingen te beginnen: trouwen en kinderen krijgen.' Ze had er geen enkel probleem mee dat ze haar leven uit handen moest geven. 'Dit is niet mijn individuele beslissing', gaf ze toe. 'Ik ben een radertje in het geheel. Als ik dit niet doe, zal mijn familie me verstoten.'"

Probeert u dat Pakistaanse meisje op andere gedachten te brengen of is dat not done als arts?

"Wel, aan zo'n meisje vraag ik altijd wel hoe ze zich voelt in haar nieuwe levenssituatie. In die zin geef ik wel tegengas. Maar als een meisje daarvoor kiest, wie ben ik dan om te zeggen dat het fout is? Persoonlijk heb ik het wel zeer moeilijk met zulke conservatieve gewoontes. Dit vloekt met mijn eigen ideeën over vrijheid, liefde en zelfbeschikkingsrecht

Maar komt het herstellen van een maagdenvlies niet neer op het faciliteren van de hypocrisie?

"Ja, dat is zo. Ik heb daar heel dubbele gevoelens bij. Al die mythevorming over het maagdenvlies moet zo snel mogelijk naar de geschiedenisboeken verdwijnen. Maar wij hebben natuurlijk makkelijk praten: wij hebben al een paar feministische golven achter de rug. Het is nog niet zo lang geleden dat voorhuwelijkse seks ook hier verboden was. Ik ondersteun vrouwenorganisaties die een einde willen maken aan het onzinnige gedoe over het maagdenvlies. Maar als een meisje zich individueel bedreigd voelt en me zegt dat ze problemen kan krijgen met haar familie, dan is het mijn plicht om haar op de best mogelijke manier te helpen. Soms is dat met een chirurgische ingreep, soms volstaat een gesprek en soms raad ik zo'n meisje aan om tijdens het eerste seksuele contact met haar echtgenoot kleurstof te gebruiken, zodat het lijkt alsof het maagdenvlies gebroken is. Maar als ik een maagdenvlies moet herstellen, doe ik dat inderdaad tegen mijn zin. Voor mij komt dat neer op het in stand houden van iets waarmee ik niet akkoord ben. "

Toch vreemd dat daarover nooit een maatschappelijk debat opsteekt. Over hoofddoeken raken we niet uitgepraat, maar over de cultus van het maagdenvlies heerst grote stilte.

"Het hoofddoekendebat is maar klein bier in vergelijking met de discussie over het maagdenvlies. Dat laatste is echt een culturele aberratie die de seksualiteit en het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw ondermijnt. Over het hoofddoekendebat zou ik net als Obama zeggen: 'Laat die meiden toch met rust.' Vrouwen mogen op hun hoofd zetten wat ze willen. Ik heb net nog een gynaecologe

"Weet je, toen ik in de humaniora zat, mochten wij geen arafatsjaals dragen. Wat gebeurde er, denk je? Hoe meer de directie zich daartegen verzette, hoe meer wij onze arafatsjaals binnensmokkelden en opzetten. Hetzelfde speelt in het atheneum van Antwerpen, waar onlangs de hoofddoeknonnekes, daar wordt toch ook niet moeilijk over gedaan?"

Het gebroken maagdenvlies is in vele culturen nog een taboe-onderwerp. Hoe zit het in de westerse cultuur? Soms lijkt het alsof daar geen taboes meer bestaan.

"Oh, ik ken er twee hardnekkige hoor: seksualiteit

"Veel mensen worden geconfronteerd met uitgesproken seksbeelden, maar slagen er niet in om die informatie binnen hun eigen seksualiteit te plaatsen. Dat merk ik aan sommige vrouwen die hier over de vloer komen. Ze komen met bepaalde klachten, maar al snel merk je dat het werkelijke probleem zich op het seksuele vlak situeert: zelden een orgasme gehad, pijn tijdens de penetratie. Pas als ik voorzichtig doorvraag, kom ik tot de kern van de zaak."

In welke zin is geweld tegen vrouwen nog een taboe?

"Huiselijk geweld komt veel meer voor dan we denken. Zowel vrouwen als hulpverleners hebben het moeilijk om over dat thema te praten. In plaats van oeverloos over hoofddoekjes te discussieren zou ik durven voor te stellen het daarover te hebben: een écht probleem waarmee dagelijks te veel vrouwen geconfronteerd worden."

Wij zien het niet meer: zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, hun kind verzorgen. Alles gebeurt in de geïsoleerde cocon van het koppel. In Afrika behoren die zaken op een natuurlijke manier tot het dagelijkse leven

Neen zeggen is mijn zwakke punt. Het probleem is dat ik zoveel zaken interessant vind: mijn werk aan het UZ en op de unief, les geven, projecten in het buitenland, de politiek. Maar sinds ik vorig jaar een fysische waarschuwing heb gekregen, leer ik af te bouwen

Ik zit niet in de politiek om minister te worden. Als voorzitter van de Senaatscommissie Buitenlandse Zaken voel ik me als een vis in het water omdat het er vaak gaat over ontwikkelingssamenwerking.

 

De zomer van Marleen Temmerman: safari, strand, boeken en... Werken

Meestal kan Marleen Temmerman in een fractie van een seconde een vraag beantwoorden, maar gevraagd naar haar 'ideale vakantie' moet ze even nadenken. Waarschijnlijk omdat het idee 'vakantie' haar een beetje vreemd is. "Mijn ideale zomer? Wel, die is volop aan de gang. Nu werk ik in België nog wat professionele zaken af en dan vertrek ik naar Kenia om mijn man Lou, die in Mombassa woont, te vervoegen. Enfin, eerst ga ik naar Naïrobi, waar wat vergaderingen met onze partners aan de universiteit zijn gepland. Daarna vlieg ik naar Mombassa, en ook daar moet nog wat gewerkt worden. Enkele ontmoetingen voor het International Center for Reproductive Health (ICRH). Of dat echt vakantie is? Toch wel. Het gaat om projecten waaraan ik al mijn hele leven verknocht ben. Ook de mensen die in Kenia voor ICRH werken, zijn me erg dierbaar. Bij hen heb ik niet het gevoel dat ik werk.

"Maar wees gerust: ik zal voldoende tijd nemen om me te ontspannen. Wellicht gaan we op safari naar het nationale park van Tsavo, het grootste wildpark van Kenia. Zoals altijd zal ik ook genieten van het strand van Mombassa."

Of Temmerman ook boeken meeneemt op reis? "Juist, daarmee had ik moeten beginnen. Los van alle vakliteratuur die ik tijdens het werkjaar moet lezen, probeer ik jaarlijks een vijftal romans te lezen. Veel te weinig, vind ik zelf. Vroeger las ik veel meer, vijftig à zestig boeken. Maar toch probeer ik dat in de vakantie wat in te halen. Peter Van den Eede van de Vooruit heeft me boeken bezorgd die ik moet lezen voor de literaire avonden Uitgelezen. Die liggen al naast mijn koffer: 2666 van de overleden Chileense schrijver Roberto Bolaño, Onze kant van het bed van Marc Reynebeau; De heilige oorlog van Jef Lambrecht en De minzame moordenaar van Bram Dehouck. Ik neem ook nog The White Man's Burden mee van William easterly, een standaardwerk over nut en onnut van ontwikkelingshulp.

 

Bron: Koen Vidal, De Morgen, 18 juli 2009

< Vorige   Volgende >


1: Home / 2: gynaecologe & prof / 3: Politica / 4: Auteur / 5: ICRH / 6: Marleen / 7: Agenda / 9: Contact / 10: Nieuwsbrief